Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Werkvormen met jeugdliteratuur (Ruud Kraaijeveld)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

voeren die bij hun boek uit. De uitwerkingen komen in een speciale fictiemap. De taak omvat het lezen van een opgegeven fragment en het uitvoeren van opdrachten. Nadat ze dat hebben gedaan, kijken ze hun werk na met behulp van een antwoordblad. Dit alles kost ongeveer één les. Aan het eind zorgt u voor een kort terugkijk/reflectiemoment: heeft het fragment aan de verwachtingen voldaan? Waarom wel of niet? Wil je verder met het boek?

Aan het eind van deze les beslissen de leerlingen individueel (of in tweetallen) of zij de vervolg/verdiepingsopdracht zullen maken of niet. Zo niet, dan kiezen ze een nieuw boek (op dat moment of tijdens de volgende les).

In les 3 beginnen de verschillen zich af te tekenen. Sommige leerlingen voeren de vervolg/verdiepingsopdracht uit. Dat is een volgend fragment uit het boek, voorzien van opdrachten. Andere leerlingen gaan aan het werk met de kennismakingsopdracht van een ander boek.

In les 4 gaan de taken nog verder uiteenlopen. Leerlingen die graag verder willen met het boek waarbij ze twee soorten opdrachten hebben uitgevoerd, gaan nu in de les of thuis het hele boek lezen en voeren hierbij een leesdossieropdracht uit.

Leerlingen die het wel gezien hebben na de kennismakings- en vervolgopdracht, kiezen een nieuw boek uit. Leerlingen die al eerder aan een nieuw boek waren begonnen, zijn nu met de vervolgopdracht bezig.

Vanaf de 5de les beginnen de soort taken en de fases waarin de leerlingen met hun boek bezig zijn, steeds verder uit elkaar te lopen. Iedereen werkt nu alleen of in tweetallen volledig zelfstandig.

Met deze zelfstandig werken-methode komen de leerlingen gedurende een leerjaar in aanraking met een groot aantal jeugdboeken en op die manier ontdekken ze wat er allemaal te lezen is, ontwikkelen ze hun smaak, doen ze ontdekkingen, vergroten ze hun leeservaringen enorm en komen ze er gaandeweg achter van wat voor soort boeken ze wel of niet houden.

13 Tot besluit

Boekkeuze, lesstructuren en werkvormen zijn belangrijk. Maar lessen in jeugdliteratuur staan of vallen met het enthousiasme van de lesgever. Daarmee zijn leerlingen te motiveren en aan het lezen te krijgen. Wie veel tijd voor fictie inruimt, vaak over jeugdboeken vertelt en de leerlingen over hun eigen leeservaringen laat vertellen, kan het leesvuur bij een groot deel van de leerlingen ontsteken en brandend houden.

Praktische uitwerkingen van deze werkvormen kunt u aantreffen in:

Hawinkels, K. e.a. (red.) (2001), Jeugdliteratuur in de basisvorming 1996-2000. Vijf jaar lessuggesties bij jeugdliteratuur, cd-rom, Den Haag: Biblion.

Hofstede, J en Pronk, I (red) (2001), Handleiding Jonge Jury 2002, Amsterdam: CPNB.

Kraaijeveld, R. e.a. (red.) (1996 e.v.), Jeugdliteratuur in de basisvorming, tijdschrift ( 4x per jaar), Den Haag: Biblion.

Kraaijeveld, R. (2001), Leestijd 1 en 2. Literatuur voor de basisvorming, Zutphen:

188 1 Werkvormen met jeugdliteratuur - Ruud Kraaijeveld