Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: 14-jarigen en werken met boeken: liever leeslust dan leeslast (Mai Van Loon)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

vragen die louter op dat fragment van toepassing zijn. Bij elk nieuw verhaalaspect komt al het geziene terug aan bod, in een goed verhaal hangt alles samen. Als in een bepaalde les bijv. objectief en subjectief aan bod komen of beeldtaal in poëzie, gebruik ik korte leesfragmenten als bijkomende illustratie. Fragmenten kies ik uit boeken die ik gelezen heb en het terloops 'iets' vertellen daarover of een fragment voorlezen is al voldoende om het boek gegarandeerd een lezersweg te laten vinden. Als een leerling voelt dat de leerkracht enthousiast is over het boek, gaat hij het eerder lezen. Gemakkelijk of moeilijk is dan niet zo belangrijk.

Nooit mag uitrafelen of tekst-afkluiven de bedoeling zijn, dan verdwijnt de smaak en de bewondering. De keuze moet liefst gaan om "iets" met meerwaarde om welke reden dan ook (toenemende moeilijkheidsgraad – meer literaire waarde). Je vertrekt vanuit de leesbeleving van de leerlingen, maar het is nodig om een gesprek op gang te brengen dat verder leidt dan nietszeggende indrukken van de leerlingen (tof, saai, waardeloos). De vragen mogen dan niet te vaag geformuleerd zijn zoals "Geef je mening", beter "Vind je de personages sympathiek, spreken ze je aan?" Of vragen waardoor ze alleen bij zichzelf blijven hangen, al is het essentieel wat er met ons gebeurt als we een tekst lezen.

De ervaring heeft mij geleerd dat het literair lezen op deze manier ook de smaak van de leerlingen wat vormt of beïnvloedt. Zij komen in contact met zaken waar ze anders misschien weinig oog voor hebben. Vaak hoor ik leerlingen na verloop van tijd zeggen of schrijven dat ze de boeken die ze daarvóór graag lazen, niet meer echt goed vinden omdat ze nu inzien dat alles te voorspelbaar is, de personages stereotiep...of wat dan ook. Ze krijgen meer oog voor structuur, perspectief...en, ook belangrijk, de aangeleerde dingen helpen hun verwoording in verband met leesbeleving duidelijk te maken. Op die manier groeien ze naar literaire competentie (einddoel derde graad).

Aan de hand van vragen laat ik hen soms zelf een 'stukje' les voorbereiden en geven. Na een les over vertelperspectief, personages.. laat ik hen ook kort noteren wat ze daarvan voor zichzelf geleerd hebben (is iets anders dan wat ze moeten kennen): Ik merk nu dat... Ik heb geleerd dat...

Het leerprogramma in België geeft bij huislectuur (het aantal boeken dat leerlingen zelf moeten lezen) aan: '4'. Hoe vul ik dat voor leerlingen in? De grootste uitdaging blijft de motivatie van de leerlingen. Afwisseling in de opdrachten (en gepresenteerd in een zinvolle situatie) is uiteraard nodig, later schijf je ook niet voortdurend verslagen van ervaringsgericht en tekstbestuderend lezen. Wat ik ook belangrijk vind, is de toepassing van een strategie, zeg maar. Zij krijgen vooraf op papier wat er precies van hen wordt verwacht, hoe ze best te werk gaan, hulpvragen bij het lezen. Ook de beoordelingscriteria komen op papier (geen punten met de losse pols) en de reflectie op hun mondelinge of schriftelijke presentatie.

• In september praat ik met de leerlingen over hun leesherinneringen (we hebben allemaal heel gedreven leren lezen, toch?) waarom ze wel of niet graag een boek ter hand nemen, wat ze lezen en hoe ze die keuze maken, wanneer ze een boek goed vinden...Dan vertel ik over enkele jeugdboeken die ik de voorbije vakantie las en meer dan goed vond. Omdat ik ze op die manier wil voorbereiden op hun eerste

14-jarigen en werken met boeken: liever leeslust dan leeslast... - Mai Van Loon 1201