Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Rewriting: techniek en feedback (Hugo de Jonghe)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Veel kledingstukken bevatten katoen.

Dit natuurproduct neemt gemakkelijk het lichaamsvocht op

en men verwerkt (het) katoen (+ bijgevolg) veelvuldig in onderkleding.

(e) Thematische herindeling:

1   Kleding: samenstelling, wasvoorschriften + voorbeeld.

2   Uitleg voorbeeld: dierlijk vs. synthetisch, prijs- en wasvoordeel.

3   Vezels: kunstvezels, dierlijke en plantaardige (+ voorbeelden).

(f) Herschrijving (142 woorden, 13 zinnen, gemiddeld 10.92):

Kleren maken de man

Op moderne kledingstukken zit ergens een etiket met samenstelling en wasvoorschriften. Dat heb je zeker al gezien. Kijk maar: op een trui staat bijvoorbeeld: 55% wol en 45% procent acryl, machine 30°. Wat betekent dat?

In de eerste plaats: dat je trui uit twee soorten vezels gemaakt is, wol en acryl. Dat is een combinatie van dierlijke en synthetische vezels. Wol is duur, maar een kunstvezel als acryl is veel goedkoper te produceren. Dat maakt je trui een stuk goedkoper. En bovendien is ze daardoor ook gemakkelijker te wassen.

Behalve kunstvezels als acryl en nylon, en dierlijke vezels zoals wol en zijde zijn er ook plantaardige vezels. Echte natuurproducten dus. Voorbeelden daarvan zijn: linnen (vlasvezels), jute (hennepvezels) en katoen (gesponnen uit de zaadpluizen van de katoenplant). Veel onderkleding is van katoen gemaakt, omdat het zo gemakkelijk lichaamsvocht opneemt.

(g) Thematische opbouw herschreven tekst:

1   Etiket: samenstelling en wasvoorschrift. Voorbeeld.

2   Uitleg voorbeeld(etiket): dierlijke en synthetische vezels, voordeel van de laatste.

3   Soorten textielvezels: kunstvezels (acryl, nylon), dierlijke vezels (wol, zijde), plantaardige vezels (vlas, hennep, katoen), voordeel van katoen.

Door de verschuiving van leerstoffelijk' naar 'didactisch' is het aantal woorden van 86 tot 142 toegenomen. Eigenlijk is dat onvermijdelijk: de tekst is nu op een publiek van twaalf- á dertienjarigen afgestemd. Voor de auteurs was die standpuntwisseling het moeilijkst. Hun tekstvoorstel was een aaneengeschreven debiteren van leerstoffelijke elementen. Alles stond erin maar geen leerling kan zich daar ooit een helder en juist beeld van vormen. In één en dezelfde alinea word je zonder dat daar een aanvaardbare, logische ordening in te herkennen valt, van de ene topic naar de andere geleid. Uiteindelijk weet je niet wat je gelezen hebt.

216 1 Rewriting: techniek en feedback - Hugo de Jonghe