Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Werkkaarten voor Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg (Theun Meestringa & Dirkje Ebbers)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

weg in het vmbo halen.

De kaarten 11 tot en met 17 bevatten oefenexamens.

De docent kan de examenkaarten gebruiken voor schoolexamenopdrachten. Lesuren

Een kaart omvat gemiddeld twee lesuren. Dat betekent dat met de werkkaarten ongeveer 100 van in twee jaar maximaal beschikbare 160 uur ingevuld zijn. In de resterende uren zal met name fictie aandacht moeten krijgen en kunnen in aanvulling op de (beroepsgeoriënteerde) kaarten taaltaken ook geoefend worden in meer algemeen maatschappelijke situaties.

Taakgericht

Leerlingen leren Nederlands om op school, buiten school en in het latere leven iets te kunnen bereiken. Het functionele, instrumentele karakter van het vak Nederlands is op de kaarten voor docent en leerling herkenbaar doordat de leerstof aangeboden wordt in de vorm van taaltaken. Een taaltaak is een praktische, communicatieve taak die de leerling moet kunnen uitvoeren. Voorbeelden van taaltaken zijn: een klantgesprek voeren, een zakelijke brief schrijven, een werkoverleg houden, enzovoort. Alle kennis en vaardigheden die de leerling moet verwerven in het vak Nederlands staan ten dienste van het effectiever kunnen uitvoeren van die taken. Als de leerling deze taaltaken kan uitvoeren, heeft hij in principe de eindtermen voor Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg bereikt.

Beroepsgericht

De taken zijn beroepsgericht ingevuld. De taken op de werkkaarten zijn daarom zoveel mogelijk in beroepsgerichte contexten geplaatst. Leerlingen ervaren zo direct het nut van hun leeractiviteiten voor school, stage en toekomstig beroep. Taalleren gaat het best wanneer dat gekoppeld wordt aan een aansprekende inhoud.

Kaarten

Gekozen is het lesmateriaal de vorm te geven van werkkaarten om voor de leerling het concrete 'doe-karakter' van de taakaken zichtbaar te maken en om het in heterogene groepen eenvoudiger te maken er gedifferentieerd mee te werken. Voor veel leerlingen zal het gebruik van werkkaarten bekend zijn uit de beroepsgerichte vakken met name de praktijkvakken.

Opzet van de kaarten

Kaart 1: eerste uitvoering taaltaak

Kaart 2: differentiatie op relevante kennis en vaardigheden Kaart 3: tweede uitvoering taaltaak

Leerlingdossier

Met kaart 1 voeren de leerlingen de taaltaak een eerste keer uit. Met kaart 2 krijgen ze de gelegenheid krijgen om te oefenen met onderdelen die ze moeilijk vinden, waarna ze de taak met kaart 3 nog een keer uitvoeren. In het leerlingdossier worden de

Werkkaarten voor Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg - Theun Meestringa & Dirkje Ebbers 1 239