Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Werkkaarten voor Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg (Theun Meestringa & Dirkje Ebbers)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

vorderingen bijgehouden.

Kaart 1 en 3 bestaan uit de volgende onderdelen:

  • Wat is er aan de hand?

Een openingsillustratie en een korte (sectorspecifieke) context schetsen de situatie voor de uit te voeren taak.

  • Wat moet je doen?

Een korte beschrijving van de taak met een of meerdere voorbeelduitwerkingen van de taakuitvoering, aansluitend bij de geschetste situatie. De voorbeelduitwerkingen zijn zo gemaakt dat ze nooit helemaal perfect zijn, zodat leerlingen in tweetallen, groepjes of klassikaal kunnen bespreken hoe een goede taakuitvoering er (wel) uitziet.

  • Wat kun je gebruiken?

Een verzameling elementen die de leerling voor of tijdens de taakuitvoering kan gebruiken. Het gaat om uitleg, leertips en taalfunctiekaders (mogelijke taalmiddelen die de leerling kan gebruiken om bijvoorbeeld om verheldering te vragen, een volgorde aan te geven, etc.)

  • Doen!

De eigenlijke opdracht staat hier geformuleerd. De leerling krijgt nadere aanwijzingen om de taak te kunnen uitvoeren. (Deze aanwijzingen staan deels op de werkbladen.)

  • Laat zien dat het gelukt is

Hier vindt productgerichte evaluatie van de taakuitvoering plaats.

Er zijn steeds drie onderdelen:

  1. zelfbeoordeling (voorgestructureerd, concreet)

  2. oordelen van anderen

  3. invullen `aftekenblad' in het leerlingdossier. Het aftekenblad is zowel de plan ning voor kaart 2 (met welke onderdelen wil de leerling nog oefenen) als een instrument om voor leerling en docent bij te houden wat de leerling wel/niet gedaan heeft.

De onderdelen zelfbeoordeling en oordelen van anderen zitten zo in elkaar dat de link duidelijk is tussen wat de leerling op kaart 1 heeft gedaan en de keuzeonderdelen op kaart 2

Kaart 2 bestaat uit differentiatieonderdelen (twee tot zes onderdelen per taak).

Een onderdeel bestaat vaak uit meerdere opdrachten die een eenheid vormen. De laatste opdracht van elk differentiatieonderdeel is meestal een buitenschoolse opdracht.

Van elke taak houdt de leerling in het leerlingdossier bij wat hij heeft gedaan, hoe het ging en wat eventueel nog aandachtspunten zijn. De invulbladen die samen de kern van het leerlingdossier vormen, zijn als kopieerbladen in de docentenhandleiding opgenomen. De leerling verzamelt deze bladen bij voorkeur in een multomap, die ook op school bewaard kan worden. Naast de in te vullen bladen bewaart hij daarin ook de producten die hij heeft gemaakt en de beoordelingen van anderen daarop.

240 I Werkkaarten voor Nederlands in de basisberoepsgerichte leerweg - Theun Meestringa & Dirkje Ebbers