Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Het multimediale talencentrum: sleutel voor innovatief en zelfsturend taal-leren (Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5. Daarnaast kan de schrijfvaardigheidsoefening in de vorm van een discussieforum een opstap, een voorbereiding zijn naar spreekvaardigheid. De docent kan het forum bijvoorbeeld polsen naar een interessant discussieonderwerp. Hij kan daarbij zelf een lijst met onderwerpen voorstellen of de leerlingen volledig vrijlaten. De leerlingen argumenteren welk onderwerp ze verkiezen en moeten vervolgens tot een consensus komen. Nadien kan een mondeling debat gehouden worden in de klas over het verkozen onderwerp.

We weiden hier even uit over een nieuwere vorm van discussiefora, waar de bijdragen gesproken boodschappen zijn, onder de vorm van klankfragmentjes die dan bij het forum 'gepost' worden. De werkwijze en het kader van waaruit gewerkt wordt, zijn heel goed te vergelijken met het schriftelijke discussieforum. Alleen laten de studenten nu een mondelinge boodschap achter die hun medestudenten kunnen beluisteren. De conversatie wordt daardoor vaak een stuk levendiger. Niettemin kan dat slechts een opstap zijn naar echte groepsgesprekken en debatten. Toch heeft deze werkvorm zeker voordelen. Studenten kunnen even over hun boodschap nadenken voor ze die lanceren. De bijdragen zijn bovendien blijvender, wat voor een evaluatie achteraf interessant kan zijn. Ook wanneer de klemtoon op uitspraaktraining ligt, biedt deze vorm van mondelinge, asynchrone communicatie meer perspectieven dan vluchtige gesprekken. Een voorbeeld van software die dit soort mondelinge informatie-uitwisseling mogelijk maakt, is het programma Wimba, dat daarnaast nog een aantal andere toepassingen heeft die met spraak te maken hebben (www.wimba.com).

6.Taalfouten worden (bij ons) in principe niet (binnen het discussieforum) gecorrigeerd door de docent, zodat studenten zich niet geremd voelen in de vlotte conversatie die een discussieforum beoogt. Anders verdwijnt de spontaneïteit van de studenten en de oorspronkelijke bedoeling, nl. converseren en discussiëren met information gap. Studenten besteden overigens sowieso aandacht aan hun taalgebruik, omdat ze weten dat de hele klas én de docent hun tekst lezen en op basis daarvan de discussie voortzetten. Eventueel kunnen veel voorkomende fouten wel achteraf klassikaal geremedieerd worden.

7. Voor de docent is binnen deze werkvorm een dubbele rol weggelegd: hij kan het verloop van de discussie op de voet volgen en actief participeren of tussenkomen waar hij dat nodig acht. Als de discussie wat vastslibt door herhalingen, kan de docent een nieuw elan geven door bijvoorbeeld te wijzen op punten die nog toegelicht moeten worden.

De docent kan ook aanduiden wie wel en wie niet (meer) mag meedoen. Dat maakt het ook mogelijk om in twee groepen te werken. De docent kan ook instellen of gebruikers anoniem mogen reageren. Voor enquêtes en feedback over de eigen lessen kan dat interessant zijn.

Mag de student zijn eigen bijdrage achteraf – nadat hij ze heeft ingestuurd – nog wijzigen? Mag hij zijn bijdrage achteraf verwijderen? Het is opnieuw aan de docent om dat vooraf te bepalen.

Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove 127