Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Groot onderhoud tweede fase (André van Dijk)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

reeks waarbij elk beeld een belangrijk aspect van het werkveld accentueert. Het is nu belangrijk om deze beeldenreeks in een dynamische context van onderwijsontwikkeling te plaatsen.

De studie van Gareth Morgan geeft hier commentaar op. We gebruiken de metaforen om organisaties te lezen en te begrijpen en met een realistische analyse de mogelijkheid te hebben een scenario te kiezen. Een wezenlijk advies van Morgan zal ons hier leiden. "Als men werkelijk een organisatie wil begrijpen, is het verstandig uit te gaan van de premisse dat organisaties complex, tweeslachtig en paradoxaal zijn."

De school voor voortgezet onderwijs, de sectie Nederlandse taal- en letterkunde en de leraar Nederlands, als we hun respectievelijke situatie en taak willen begrijpen, moeten we die opvatten in hun complexiteit, tweeslachtigheid en paradoxaliteit. Het scenario dat we mobiliseren ziet uit op het integreren van de tegenstellingen en het erkennen van de tweeslachtigheid. Welke ontwikkelingsrichting levert die erkenning op?

4 Inspection process

Een uitstekende reeks criteria voor kwaliteitsonderwijs geeft de inspectie in de brochure The Inspectorate of Education of the Netherlands (Utrecht 2001). De kwaliteit van goed onderwijs – ook goed taal en literatuur-onderwijs – kan men in het teachinglearning process aanwijzen, in de learning outcomes in de pastoral care en in organisation and policy (zie schema The Inspectorate, blz 43). Ik licht één criterium uit deze verzameling om erover na te denken.

De core business van de leraar Nederlands in het voortgezet onderwijs, daartoe behoort het zich rekenschap geven van de resultaten. "The pupil's learning outcomes at the end of their education forms an important aspect of the school's quality. In addition, the potential of pupils forms the point of departure." De leraar evalueert de resulaten als teammember met zijn team. "A good school monitors and promotes the quality of the education. It regularly analyses and evaluates the learning outcomes. People work with the focus of the formation of a tight team and on enlarging the expertise of the team members."

Men vindt hier het scenario voor de leraar Nederlandse taal- en letterkunde. De neerlandici zijn eraan gehouden om onderling en met collega's van andere vakken goed te gaan samenwerken. Zij zijn eraan gehouden om teams te vormen. Een cultuur van samenwerking en deskundigheidsbevordering en deskundigheidstoebedeling in teamverband is essentieel voor de kwaliteit van een onderwijsorganisatie. De leraar moet, omwille van de kwaliteit, de tweeslachtigheid accepteren van zowel boekhouder te zijn en verantwoording af te leggen van de besteding van uren en gelden als teamplager te zijn en samen met anderen in de stroom van het schoolbeleid één geaccepteerde richting op te roeien. Sinds A.D. de Groot (Vijven en Zessen. Is de goede leraar wel zo goed? 1965) weet het onderwijs dat teamwork kwaliteitswinst betekent. Er is weliswaar een enthousiaste leraar die stelt: "Er zijn heel wat leraren die het examenprogramma letterlijk nemen." (NRC Handelsblad, 17 november 2001). Hijzelf doet dat niet.

Maar bij die eigenzinnige houding vallen vragen te stellen. Wat krijgen we nu? Een krachtige ik-boodschap die het uitgangspunt van fatsoenlijk onderwijs negeert,

264 I Groot onderhoud Tweede Fase - André van Dijk