Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Groot onderhoud tweede fase (André van Dijk)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

namelijk dat men respect dient te hebben voor het gezamenlijk overeengekomen curriculum en het programma van eisen. Men moet als leraar – volgens Gareth Morgan - de tweeslachtigheid accepteren en slu-boekhouder en vrij vertellend artiest-voor-deklas te zijn; men moet accepteren bij te dragen aan gezamenlijke strijdbare beleidsontwikkeling en de eigen opvattingen ondergeschikt weten te maken aan de gezamenlijk overeengekomen streefrichting. In hetzelfde artikel komt een leerling aan het woord: "Als ik vrienden vertel wat wij bij Nederlands doen, reageren ze verbaasd." (NRC Handelsblad, 17 november 2001). Bij de vakken wiskunde en natuurkunde zou zo'n uitspraak tot grote hilariteit leiden: ieder zijn eigen curriculum, vaagheid over wat is afgesproken, waar leidt dat toe? Vergelijk eens met een boekhouder die creatief gaat doen. De boekhouder die de leraar creatief uitbetaalt (deze maand een F-7-salaris, die maand een F-11-salaris, "als hij maar enthousiast boekhoudt"), die boekhouder krijgt een boze werknemer op de stoep; en de leraar Nederlands zou individueel zijn gang kunnen gaan en groepsafspraken negeren?

Het scenario schrijft voor dat men als team de learning outcomes bespreekt en evalueert. Op de conferentie Zorg om het vak Nederlands (zaterdag 24 november 2001) heeft men niemand aan het woord gehoord die een emprisch onderzoek kon aanwijzen waaruit bleek wat de learning outcomes van literair erfgoed-onderwijs nou precies zijn. Waaruit bestaan anno 2001 de learning outcomes van het onderwijs in literatuur? In de dissertatie van Hubert Slings Toekomst voor de Middeleeuwen? vindt men op bladzijde 63 de volgende constatering: "De manier waarop de docenten onderzochten of hun doelstellingen gehaald waren, onttrekt zich voor het grootste deel aan onze waarneming. Wel werd al vroeg onderkend dat kunst en toetsing elkaar slecht verdragen. Lansberg geeft in 1924 een beschrijving van de problemen. "Is de situatie in 2001 anders? Hebben we nu wel zicht op de leraning outcomes? De vraag / de scenario-opdracht is: laat toch teams van professionals in stelling empirisch gefundeerde overzichten geven – boekhoudkundig onderbouwd – van wat het letterkunde onderwijs 2001 —2002 oplevert.

5 Slot

We hebben commentaar gegeven op nota's als De Tweede Fase een fase verder en Zorg om het vak Nederlands. Commentaar door te wijzen op de complexe, tweeslachtige en paradoxale metaforiek die van de huidige onderwijsproblematiek allerlei accenten aantoont. Vanuit kwaliteitsperspectief dienen we als neerlandici in te zetten op teamwork en evaluatie van learning outcomes. Empirisch onderzoek naar wat de nieuwe richting van het letterkunde-onderwijs nu precies als resultaat heeft, zal zorgvuldig moeten worden vergeleken met empirische onderzoeken uit de periode van de Mammoetwet.

Het Bestuur van de LVVN heeft gevraagd om adviezen. Hoe is de dreigende crisis van het vak Nederlandse taal en letterkunde af te wentelen? Wat is een verstandige richting om ons in te ontwikkelen? Hier volgt een reeks adviezen:

1   Ga de paradox niet uit de weg en accepteer dat u de leraar Nederlandse taal en letterkunde steunt als u zijn team steunt; zet in op teams. Werk met sectielid-

Groot onderhoud Tweede Fase - André van Dijk 1 265