Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Het multimediale talencentrum: sleutel voor innovatief en zelfsturend taal-leren (Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

8. Ten slotte, het initiatief voor het voeren van een discussie kan van de docent zelf komen, maar het kan net zo goed in de handen van de leerlingen gelegd worden. Studenten kunnen bijvoorbeeld van het medium gebruik maken bij het organiseren van een klasactiviteit zoals een uitstap of een fuif: concrete afspraken maken, ideeën lanceren, vragen of problemen aan de groep voorleggen. Dat zijn allemaal zaken waarvoor het discussieforum zich goed leent. Uiteraard moet een en ander dan buiten de lesuren kunnen plaatsvinden en dat veronderstelt dan weer dat de studenten ook buiten de lessen toegang hebben tot een pc met internetaansluiting. Maar het hoeft wellicht geen betoog meer dat het discussieforum tal van mogelijkheden biedt voor interessante activiteiten in de klas.

Hieronder nog een aantal ideetjes:

Het discussieforum kan dienen als ijsbreker bij het begin van het jaar.

De studenten stellen zichzelf schriftelijk voor aan de hand van een achttal begrippen. Ze motiveren ook hun keuze. Eén of meerdere medestudenten reageren. Eventueel kunnen studenten zich anoniem voorstellen. De anderen moeten dan overleggen bij welke naam de acht begrippen het best passen.

Een soortgelijke oefening bestaat erin dat studenten zichzelf voorstellen aan de hand van een aantal internetlinks. Ze geven commentaar bij hun sites of bij die van de medestudenten. Daarvoor moeten ze de sites ook lezen of minstens scannen (leesvaardigheid). Als alternatief kunnen de studenten opnieuw anoniem werken en de juiste set van links met de juiste naam verbinden.

Elke student vertelt twee waarheden en één leugen over zichzelf. De medestudenten proberen de leugen eruit te halen en verantwoorden hun keuze.

  •  De studenten schrijven bij het begin van een cursus hun verwachtingen neer bij een cursus of een vak. Dat is heel leerrijk voor de docent, die daarop kan inspelen.

Er kan een forum opgezet worden waarop studenten vragen rond een bepaalde cursus kunnen lanceren. Om beurt moeten de studenten gedurende een week alle vragen van de medestudenten beantwoorden. Ze kunnen daarbij uiteraard bij anderen en eventueel bij de docent te rade gaan.

  • Een speelse variant van informatie-uitwisseling via het discussieforum is bijvoorbeeld het raadsel: in maximaal 20 ja-neen-vragen moeten de studenten een raadsel oplossen, waarop slecht één persoon (student of docent) of een klein groepje het antwoord kent. Een variant, die meer op de inhoud van de lessen betrokken is, bestaat erin dat de studenten door het stellen van vragen te weten moeten komen welke naam de docent in zijn hoofd heeft. De studenten weten op voorhand dat het bijvoorbeeld om een van de auteurs gaat die in de loop van het schooljaar tijdens de lessen aan bod gekomen zijn.

  • Het kan ook interessant zijn 'veldwerkers', 'autoriteiten' aan de webdiscussies te laten deelnemen, bijvoorbeeld plaatselijke politici, schrijvers, professoren. De baten zijn groot: het verhoogt de echtheid van de discussie en de motivatie; de kosten zijn beperkt: die persoon hoeft zich niet te verplaatsen, maar hij kan

28 I Het multimediale talencentrum - Griet Beheydt & Reinhild Vandekerckhove