Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

ZORG OM HET SCHOOLVAK NEDERLANDS Jan Stroop

Openingstoespraak Congres

Toen mevrouw Netelenbos, nu al weer ruim vijf jaar geleden, besloot aan het rapport van de Commissie Vernieuwing Examenprogramma Nederlands, alias de commissieBraet, geen gevolg te geven en integendeel wijzigingen aanbracht die juist ingingen tegen de voorstellen van die commissie, gaf ze het zoveelste bewijs van haar politieke feeling en tegelijk demonstreerde ze dat een politicus op het terrein waar hij beslissingen neemt, niet deskundig behoeft te zijn. Als je naar leraren luistert, verandert er nooit iets', heeft ze toen gezegd. En, met vooruitziende blik: 'Die zijn zeker bang om hun baan te verliezen.'

Voor het schoolvak Nederlands betekende haar ingrijpen onder meer dat het nieuwe onderdeeltje taalkunde gesmoord werd met het argument: "taalkunde hoeft niet want er is al taalvaardigheid". De taalkunde van het Nederlands werd daarmee gelijk gesteld met andere vakken die men in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs niet nodig vindt.

De inperking van de bestaande onderdelen, in het bijzonder letterkunde en letterkundegeschiedenis, plaatste die vakken op een lager plan dan de vaardigheden die ingevoerd of uitgebreid werden. Niet alleen in de toegemeten lestijd, maar ook door hun afwezigheid in het centraal examenprogramma.

Hoe belangrijk de vaardigheden ook zijn (hun belang erken ik zonder meer): we hadden nooit mogen toestaan dat het centrale vak Nederlandse taal- en letterkunde er aan opgeofferd werd. Ik zeg uitdrukkelijk wij, want de universiteit, die ik min of meer vertegenwoordig, heeft er zich tot op heden weinig aan gelegen laten liggen hoe in het middelbaar onderwijs het vak Nederlandse taal- en letterkunde er uit ziet. Alleen de taalkundigen klagen wel eens, want die moeten de studenten zelfs nog de allereerste beginselen van het ontleden bijbrengen, in uren die ze liever aan taalkunde-onderwijs zouden besteden.

Dat de LVVN nu zijn congres wijdt aan Zorg om het schoolvak Nederlands heeft natuurlijk ook te maken met wat de commissie-De Rooy bij geschiedenis teweeggebracht heeft, namelijk een rapport waar de overgrote meerderheid van de historici achter lijkt te staan of in elk geval positief over oordeelt, de wetenschappelijke historici, maar ook de docenten. Het zou toch prachtig zijn als een evaluatiecommissie bij Nederlands daar ook in zou slagen, maar je moet wel stekeblind zijn om niet te zien dat bij Nederlands de problemen vele malen groter en complexer zijn. Wat was het tussen haakjes dus een geweldige prestatie van de commissie-Braet, dat die indertijd een consensus bereikt heeft.

De LVVN meent dus dat er een nieuwe poging gedaan moet worden. Daarbij spelen

Zorg om het schoolvak Nederlands - Jan Stroop 1271