Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Een eigen inhoud voor het schoolvak Nederlands: algemene taalkunde (Peter Nieuwenhuijsen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

bovenbouw van het voortgezet onderwijs overladen is. Toch is er reden om naar mogelijkheden te zoeken.

Ik werk onder meer in het hbo. Het schoolvak Nederlands opereert daar in het algemeen niet meer onder de naam `Nederlands', maar onder namen als 'taalvaardigheid', `communicatieve vaardigheden' en wat dies meer zij. Vroeger werd er ook wel literatuur gedoceerd in het hbo. Het hbo is het VO dus voorgegaan in de beweging naar de communicatieve doelstelling. Welke beweging is daarop gevolgd en nog volop gaande? Men heeft ontdekt dat het wat onnodig is het presenteren en het schrijven te oefenen aan de hand van onderwerpen die niet met de opleiding zelf te maken hebben. Dus wordt het schrijven geoefend naar aanleiding van bepaalde vakonderdelen uit de 'hoofdstroom' van de opleiding: als beleidskunde wordt afgesloten met een beleidstekst, dan wordt de docent Nederlands 'opgehangen' aan de module beleidskunde. Als 'organisatie en management' wordt afgesloten met een presentatie, dan wordt er een docent extra opgehangen aan die module, speciaal voor het presenteren.

Die docent voor het presenteren, trouwens, is niet per se de docent Nederlands. De expertise van de neerlandicus in zulke zaken als mondelinge taalvaardigheid of, bijvoorbeeld, bronnengebruik, wordt zeker niet algemeen erkend. (Eigenlijk kent men van de neerlandicus natuurlijk alleen de d/t-kant, maar dit terzijde.) Een vakonderdeel als 'onderhandelen', in Vlaanderen het domein van een docent Nederlands (HSN-14), zal men in Nederland aan menige hbo-instelling niet toevertrouwen aan een neerlandicus. Wij worden hierin overvleugeld door de sociale wetenschappers.

Voordat ik verderga, wil ik u even laten weten dat deze gevaren in hbo-land, naar mijn overtuiging wel degelijk relevant zijn voor het VO. Er is al eens een poging gedaan om het eerste principe (`ophangen aan') te introduceren in de eindtermen. Een snelle actie van de voorzitters van Levende Talen en HSN (tijdens HSN-12, Antwerpen 1998) was toen op z'n plaats en heeft tot op heden verder onheil voorkomen

Ik ga verder met het schetsen van de gevaren die ik in de verte zie opdoemen. Op een dag lees ik een stukje over communicatieonderwijs aan de Technische Universiteit Eindhoven. Het is een niet verplicht onderdeel, zegt het stukje, maar we hebben gelukkig wel veel klandizie en het publiek is in het algemeen heel enthousiast. Goed nieuws voor Nederlands, denk ik, maar dan lees ik de entreevoorwaarde: voordat de studenten worden toegelaten, moeten ze natuurlijk wel voldoende kennis hebben van ... het Engels! Ik wilde deze bedreiging maar niet verder uitwerken, maar ook deze is heel reëel als het vak Nederlands zijn autonomie verliest.

Want dat is dus waar het om draait. Het schoolvak Nederlands heeft een inhoud gekregen die zijn autonomie onvoldoende garandeert. Sommigen zeggen dan 'geen inhoud' of 'te weinig inhoud', daar doe ik niet aan mee, maar ik denk wél dat de inhoud autonomer moet worden, bijvoorbeeld door het element 'taal' er een duidelijker plaats in te geven. Daarbij denk ik aan het verschijnsel taal enerzijds, aan de Nederlandse taal anderzijds.

276 I Een eigen inhoud voor het schoolvak Nederlands: algemene taalkunde - Peter Nieuwenhuijsen