Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Een eigen inhoud voor het schoolvak Nederlands: algemene taalkunde (Peter Nieuwenhuijsen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Mij is gevraagd het laatste niet extra naar voren te halen, maar ik veroorloof mij hierover toch een kort intermezzo. Ik denk dat er onder de leraren Nederlands en onder u wel zullen zijn die herkennen wat ik bedoel als ik het heb over de teksten van leerlingen. Ook als het met de d's en t's wel goed zit, heb je toch de indruk dat de zinnen met erg weinig oog voor nuance zijn geformuleerd, om niet te zeggen dat ze wel erg liefdeloos op papier worden gekwakt. Is het nu ook een gevolg van de wending naar het communicatieve, dat er weinig aandacht wordt geschonken aan woordkeus en zinsbouw, aan details tussen de hoofdletter en de punt? Heeft u niet de indruk dat er bij het lozen van vragen over de komma in regel 38 en het tweede 'dat' in regel 50, met het badwater een heel klein kindje is weggespoeld? Maar goed, ik ga er niet op door. Laat degene die hiermee verder wil, ook vooral proberen eens onder woorden te brengen wat dat nou voor kindje was. In elk geval wil ik dit intermezzo nog afsluiten met een opmerking waarover u maar niet te snel moet oordelen, want de meesten van u zouden waarschijnlijk boos worden als ze dat deden: ik vind eerlijk gezegd dat de instroom van heel veel leerlingen met een andere moedertaal, bij een vak dat heel lang `moedertaalonderwijs' is genoemd, verdacht wéinig moeilijkheden tot gevolg heeft gehad. Oorzaak: dat vak heeft zich zo aangepast dat het element 'taal' niet meer zo belangrijk werd.

Welnu, vóór dit intermezzo was ik aangeland op een punt waarop ik meende te hebben aangetoond dat het schoolvak Nederlands eigenlijk wat inhoudelijke extra's nódig heeft. Ik wil ook aanroeren dat daarvoor ook gerust nog wel plaats is. Dus dat het niet alleen moet, maar ook wel kan.

We kunnen het erover eens zijn dat Nederlands een vak is dat in cycli moet worden gegeven. Er komt niet steeds meer bij, maar ongeveer hetzelfde wordt op een steeds hoger niveau gedaan. Maar wordt dat nou niet een beetje overdreven? Kan het onderscheid tussen feit en mening niet een paar keer minder worden geoefend, is de onthulling dat teksten een inleiding en een slot hebben en dat zich daartussenin een zogeheten 'middenstuk' bevindt, wel voldoende de moeite waard om telkens te worden herhaald? Schoolboeken bevatten meer dan strikt datgene wat door kerndoelen en eindtermen noodzakelijk wordt gemaakt, onder meer nogal wat schoolgrammatica trouwens. Kortom, er is nog steeds ruimte.

Ruimte voor het verschijnsel taal dus? Als het maar verstandig wordt aangepakt. Laten we gewoon zo beginnen. Je merkt als taalkundige vaak dat andere mensen anders tegen taal aankijken dan jij. Je hebt bovendien het idee dat dat komt doordat ze iets over het hoofd zien, een gegeven over taal. Op welke terreinen doet zich dat voor? Als die vraag beantwoord is, laten we dan een programma inrichten dat die terreinen dekt en laten we dat zo doen dat een beetje taalkundige het ermee eens moet zijn en vooral ook zo dat een leraar Nederlands er brood in ziet. Ik vermoed dat dit ongeveer de houding is waarmee Ton Hendrix is begonnen aan het project dat in zijn proefschrift is beschreven. Wat mij betreft, zijn de terreinen de volgende:

Een eigen inhoud voor het schoolvak Nederlands: algemene taalkunde - Peter Nieuwenhuijsen 1277