Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Het schoolvak Nederlands inhoudelijk aanvullen (Ton Hendrix)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

wijs, in de kerndoelen van de eerste fase, in de eindtermen van vmbo, havo en vwo verrassend veel overeenkomst vertonen. In principe zijn de vaardigheidseisen niet anders, maar de beheersingsniveaus verschillen wel heel wezenlijk. Laat ik me verder om mijn verhaal niet al te ingewikkeld te maken beperken tot de eerste en tweede fase van het havo en het vwo. In 1994 hebben Hulshof en ik een boek uitgegeven waarin we de didactiek van het lezen en samenvatten van referentiële teksten voor havo en vwo hebben uitgewerkt. We hebben de verschillende deelvaardigheden die in de kerndoelen en eindtermen voor leesvaardigheid gevraagd worden ondergebracht in een vijf-stappenprocedure die uitmondt in het schrijven van een samenvatting. Het gaat in die procedure inderdaad om het toepassen van een leesstrategie, waarbij heel wat kennis aanwezig moet zijn: kennis van tekstsoorten, schrijfdoelen, publieksgerichtheid, argumentatieve vaardigheden, tekstanalytische vaardigheden zoals het kunnen bepalen van thema's, hoofdgedachten, van bij elkaar behorende alinea's etc. Het toewerken naar het kunnen toepassen van de leesstrategie is de cursorische kant. In principe zouden leerlingen aan het einde van havo 3 en vwo 4 de benodigde kennis moeten hebben - op het niveau van de deelvaardigheden - om de kennis geïntegreerd te gaan toepassen in de leesstrategie.

Daarmee kom ik bij de thematische poot. Leerlingen zullen zich al die inspanningen niet zonder meer getroosten. Oostdam en Bimmel wijzen er ook op dat het om zinvolle taken moet gaan bij het strategisch onderwijs. Het tekstonderwijs Nederlands komt veelal niet verder dan het oefenen van deelvaardigheden. De teksten handelen over de meest uiteenlopende onderwerpen. In de fase van het aanleren van deelvaardigheden is dat uitstekend. Om serieus te kunnen werken aan het hanteren van leesstrategieën moet de leerling werken aan een opdracht die inhoudelijk wat voorstelt. Een combinatie van lezen en schrijven, dus een schriftelijke, maar ook een mondelinge presentatie ligt dan voor de hand. In de tweede fase van het voortgezet onderwijs zou het cursorische onderwijs in de taalvaardigheden gebundeld moeten worden en gericht moeten worden op een inhoudelijk thema, een thema dat iets met ons vak te maken heeft. Dat kan best een letterkundig thema zijn, maar ik zou daar niet in eerste instantie voor kiezen. Omdat taalkunde geen kans krijgt in het voortgezet onderwijs, zou ik leerlingen inleiden in en voorbereiden op een taalkundige presentatie (mondeling of schriftelijk). Juist in die combinatie krijgt het vak Nederlands een extra impuls. Het taalvaardigheidsonderwijs kan uit het isolement van de deel-vaardigheidstraining worden gehaald en er komt ruimte om meer vakinhoudelijke, neerlandistische kennis aan te bieden. Over hoe dit verder zou moeten en kunnen hebben Huishof en ik ook een didactisch boek geschreven. (Hulshof/Hendrix, 1996)

Het didactisch raamwerk van zowel de leesvaardigheidstraining als van het omgaan met taalkundige onderwerpen in de klas, hebben we achter in de genoemde boeken in een bijlage weergegeven als theorie-elementen. Die theorie-elementen hebben we in het artikel in Levende Talen uit 1999 naast elkaar gezet. Dit overzicht is als bijlage 1 hier opgenomen. Het voert hier te ver daar in detail op in te gaan, dat hebben we al in het artikel gedaan. Toch wil ik er nog iets over opmerken. De theorie-elementen taalkunde en leesvaardigheid, van nummer 1 t/m 7, zijn beide afzonderlijke cur-

282 I Het schoolvak Nederlands inhoudelijk aanvullen - Ton Hendrix