Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Het schoolvak Nederlands inhoudelijk aanvullen (Ton Hendrix)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

VAN IDEAAL TOT ILLUSIE?

HET LEESDOSSIER ALS INSTRUMENT VOOR HET LITERATUURONDERWIJS IN DE PRAKTIJK

Wam de Moor

1 Inleiding

Toen in de voorbereiding op het studiehuis - in 1997, 1998 - in diverse kwaliteitsbladen een discussie ontstond over het literatuuronderwijs van de toekomst, heb ik in NRC Handelsblad die vrees voor verloedering van het literatuuronderwijs voorbarig genoemd . We moesten 't maar afwachten, vond ik, of die vrees voor verloedering gerechtvaardigd was. En nu vraag ik mij drie jaar later af of het ideaal van het literatuuronderwijs dat ik vanaf 1980 koesterde en waaraan ik vele jaren meewerkte een illusie dreigt te worden. Uit de vraag spreekt vrees. Is die terecht?

2 Een lezers- en leerlinggerichte didactiek

Ik mag u er misschien aan herinneren, beste vakgenoten, onverschillig of we voor of tegen vernieuwing zijn, dat de toestand van het literatuuronderwijs vóór de invoering van de tweede fase zonder meer zorgelijk was. Wat de lessen zelf betreft was het al decennia lang klagen over aard, omvang en toepassing van de lijst. Herinner u de befaamde VN-enquête van Johan Pfaff en Gerard van Westerloo uit 1972: 'Lektuur voor de lol en lezen voor de Lijst', in 1978 gevolgd door een vergelijkbare enquête van Willem Jan Otten en Marijke Hilhorst. Denk aan de jaarlijkse rondetafelgesprekken, zoals vastgelegd in onze kwaliteitskranten, met als thema 'Dwang vergalt het leesplezier'.

In 1980 schreef ik daarom, na dertien jaar onderwijs aan leerlingen van gymnasium en mms en zes jaar lerarenopleiding nieuwe stijl, in het tijdschrift voor moedertaalonderwijs MOER een stuk over de steeds grotere verwijdering van literatuurwetenschap en literatuuronderwijs onder de titel 'Overal kloven, hier en daar een vlonder'. Men was net van het primaat van de tekstanalyse van omstreeks 1970 (Maatje!) aan het overstappen op het primaat van de lezer, de receptie-esthetica volgens Jauss en de literatuurpsychologische lijn waarvoor eind jaren zestig door Holland en halverwege de jaren zeventig door Bleich het ontwikkelingswerk werd verricht. Dat sprak mij aan, in een tijd dat de motivatieproblemen in het onderwijs enorm toenamen. 'The passion precedes the knowledge', schreef Bleich. Eerst de hartstocht voor literatuur ontwikkelen, zo besloot ik, dan de kennis ervan. Dat werd mijn lijfregel en uitgangspunt voor bijna twintig jaar literatuurdidactisch werk.

Van ideaal tot illusie? - Wam de Moor 1285