Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Van ideaal tot illusie? (Wam de Moor)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Het voortgezet onderwijs volgt paradigmawissels als in de literatuurwetenschap omstreeks 1970 en 1980 na het nodige uitstel en zelden of nooit exclusief zoals in de wetenschap. Vandaar dat de historisch-biografische methode naast de tekstanalytische bleef bestaan, Indringend lezen van Drop naast Nederlandse literatuur van Dautzenberg en voor een lezersgerichte methode voorlopig die van Segers. En terecht, lijkt me. In elk geval was voor het literatuuronderwijs van geweldig belang dat de leraren - niet alleen Nederlands maar ook andere talen - een eclectisch model konden gaan hanteren waarin alle nuttige eigenschappen van de verschillende wetenschappelijke gezichtspunten zouden getoetst worden op hun vermogen leerlingen te motiveren voor de literatuur.

Mijn conclusie was dat we een onderwijs moesten krijgen waarin de leerling serieus genomen werd, waarin literatuur werd aangeboden die bij zijn of haar leeftijd paste en waarin een historisch kader zou worden aangeboden dat toereikend was voor de gelezen of te lezen lectuur. Essentieel leek mij dat een leerling al lezende zelfrespect moest krijgen, dat hij de techniek moest verwerven om zich een gedicht, een gedichtenbundel, een verhaal en een roman toe te eigenen, en dat hij zinnig en in goed Nederlands over zijn lectuur moest kunnen schrijven en/of praten. En dat, als we hem niet warm konden krijgen voor enige vorm van literatuur, dat onderwijs net zo goed afgeschaft zou kunnen worden. Dat was het uitgangspunt voor het leesdossier.

Essentieel in een onderwijsmodel is dat het flexibiliteit vertoont - niet dat je er alle kanten mee op moet kunnen, maar je moet aan de hand van de mogelijkheden minstens als docent keuzes kunnen maken.

3 Het leesdossier in ontwikkeling

Om greep te krijgen op de complexe materie heeft de afdeling Literatuurdidactiek van mijn universiteit vanaf 1978, samen met de stichting Promotie Literatuuronderwijs (vanaf 1990), alternatieven gezocht en daarbij steeds de tweedeling voor ogen gehad van leerstof en leerling. Waar toentertijd de Lijst nog als enig instrument werd gezien en daarmee de leerstof centraal gesteld, verschoven wij de aandacht naar de ervaringen van de lezende leerling - niet om daarmee het belang van de leerstof te verkleinen, maar om deze meer kansen te geven.

Zo ontstond tegenover het tentamen aan de hand van de. Lijst het leesdossier, dat de leerling inzicht zou geven in zijn eigen leeservaringen, vooral met literatuur, en dat deze in de jaren van de bovenbouw zou samenstellen.

Kan men de ontwikkeling van leesstrategieën benoemen als de ontwikkeling van vaardigheden, veel meer nog streefden we met de invoering van een leesdossier de ontwikkeling van inzicht na. Inzicht in de eigen kennis van wat gelezen kan worden, inzicht vooral in datgene wat je zelf gelezen hebt, waarom keuzes zus of zo zijn uitgevallen, waar hoogtepunten en dieptepunten in de leescarrière hun plaats hadden. Daarvoor met name bepleitte ik het schrijven van een leesautobiografie, in principe

286 I Van ideaal tot illusie? - Wam de Moor