Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Van ideaal tot illusie? (Wam de Moor)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

5 Een vraag stellen

Uw bestuur maakt zich zodanig zorgen over het moedertaalonderwijs dat het de minister wil vragen om een commissie in te stellen zoals de commissie-De Groot bij geschiedenis om de huidige onderwijspraktijk bij Nederlands door te lichten (en dan, zo hoor ik u impliciet mompelen, die huidige onderwijspraktijk af te rekenen op een eenzijdig accent op vaardigheden in plaats van op kennis). Ik vind zo'n voornemen knap voorbarig. Maar ik ben niet te beroerd om, op het terrein dat mij vertrouwd is - het literatuuronderwijs - na te gaan of er reden kan zijn om zo'n vraag te stellen. En als bedenker van het leesdossier ervoer ik in de afgelopen jaren een groeiende benauwenis over de zinvolle toepasbaarheid ervan. Na de proclamatie van het leesdossier als didactisch instrument halverwege de jaren tachtig is tien jaar later met de invoering van het studiehuis het ene na het andere vak tot wiskunde toe, van leerlingen gaan eisen dat zij een dossier gingen aanleggen. En ook binnen het vak Nederlands werd naast het leesdossier een schrijfdossier ingevoerd zonder enige relatie met het leesdossier. (Zijn we nog wel vakgenoten, vraag je je dan af...) Herhaling van didactische concepten is de dood in de pot, overbelasting komt rustige reflectie op het gelezene niet ten goede.

Aan oud-studenten en collegae-didactici heb ik mijn benauwenis voorgelegd. Hierbij een paar reacties en mijn conclusie uit hetgeen zij mij zo vriendelijk waren mee te delen.

6 Gemengde ervaringen met het leesdossier

Aangaande de hantering van het leesdossier meldt Yvonne Elshout, docente aan het Elzendaalcollege in Boxmeer, dat zolang zij en haar collega's het leesdossier - ten onrechte - hanteerden als een soort literatuurlijst, waarvan alle boeken tijdens het examen gekend moesten zijn, de formule absoluut niet werkte. Vandaar dat er nu geprobeerd wordt om het dossier zelf als uitgangspunt voor het examen te nemen: 'zo krijgen we wellicht meer zicht op de leesontwikkeling van de leerling'. Maar de docente heeft haar skepsis: 'de leerlingen die graag lezen, blijven consciëntieus hun dossieropdrachten maken en leveren kwaliteit; de trage en slechte, ongemotiveerde lezers blijven hun boeken op dunheid kiezen en doen braaf wat er verwacht wordt: leeservaring beschrijven en motiveren waarom nu juist dit boek gekozen is'. Uiteindelijk vindt ze het dossier een verbetering want 'alles op het laatste moment laten aankomen is niet meer aan de orde', het dossier is een tastbaar iets en 'in het beste geval is er bij de leerlingen meer inzicht gegroeid in eigen leesontwikkeling en leesvoorkeur'.

Een andere docente, Tracy van Poppel, die in het tijdschrift Tsjip, tijdschrift voor literaire vorming, in 1994 en 1996 secuur verslag deed van de vorderingen met het leesdossier in haar vak, Frans, schrijft: 'Ik zag met pijn in het hart alle dossiers bij andere vakken opkomen en daardoor het plezier voor mijn leerlingen en mijzelf verdwijnen.' Onderlinge afstemming ho maar! En sprekend over een reeks motiverende activitei-

288 I Van ideaal tot illusie? - Wam de Moor