Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Van ideaal tot illusie? (Wam de Moor)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ten met literatuur in de klas, die lekker liepen zolang het studiehuis nog niet was opgezet, verzucht ze: 'Leerlingen kwamen echt in gesprek met elkaar over hun ervaringen met literatuur, maar het ging mis door de organisatie: werk niet af, andere opdrachten die voorgaan, overal verslagen voor maken, etcetera.'

7 Positieve ervaringen

Cor Geljon, die didacticus, lerarenopleider én docent is, constateert dat er op veel plaatsen goed gewerkt wordt met het leesdossier: 'Ik spreek gelukkig nog vaak enthousiaste docenten ("eindelijk een zinvol gesprek over literatuur!").' Ook leerlingen getuigen nog steeds van hun positieve ervaringen, omdat ze met een goed leesdossier veel materiaal in hun mars hebben en dat geeft hen extra zelfvertrouwen om een mondeling literatuur binnen te stappen: je wéét immers waar je het over gaat hebben. De pest voor het leesdossier is de manier waarop leraren er soms mee omgaan: veel te veel schrijfwerk, obligate leesverslagen, toch weer honderd en een analytische vraagjes beantwoorden bij IEDER boek in plaats van daar variatie in aan te brengen (dus ook veel nakijkwerk). 'Liever vier goede boekevaluaties waar je met plezier aan gewerkt hebt dan elf beantwoorde vragenlijsten.'

Ook docent en onderzoeker Joop Dirksen, die zich al vanaf 1987 heeft doen kennen als een zeer geïnteresseerde vernieuwer van het literatuuronderwijs en als geen ander de vigerende jeugdcultuur in zijn pedagogische opvattingen verwerkt, acht al te grote zorg over de toepassing van het leesdossier misplaatst. Hij is, in tegenstelling tot velen van u, absoluut niet rouwig om het loslaten van de literatuurgeschiedenis als basis voor de literaire vorming. 'Een moderne tekst geeft leerlingen de ruimte om er op hun eigen individuele wijze op te reageren - wat overigens heel natuurlijk is en ook de bedoeling van het omgaan met literatuur van nu'. Zijn ervaring wordt door veel mensen uit de praktijk gedeeld, maar Dirksen weet ook dat veel andere docenten het bij het oude houden: 'De tijden zijn veranderd, de zeden zijn veranderd, het traditionele literatuuronderwijs dreigt te blijven. Wat een gemiste kans!'

8 Het meest vernieuwende onderdeel

Leraren Nederlands en CKV1 hebben naar de waarneming van de Groninger didacticus Theo Witte het leesdossier duidelijk geaccepteerd als instrument voor de ontwikkeling van de persoonlijke smaak in literatuur en kunst. De moderne talen hadden daar minder mee en hielden vast aan hun eigen idee om de leerlingen van de werken die ze hadden gelezen een beargumenteerde top-3 te laten aanleggen. Maar het dossier is terecht gekomen in de programma's van alle talen en CKV1 en ondanks de ontsnappingsclausule die staatssecretaris Adelmund na de scholierenstaking in 1999 de docenten heeft geboden, is het leesdossier op de meeste scholen in een of andere vorm ingevoerd én in 2000 en 2001 gecontinueerd. Het hóeft namelijk niet. Men neemt de implementatieproblemen voor lief en beschouwt het leesdossier als het meest vernieuwende onderdeel van het nieuwe curriculum.

Van ideaal tot illusie? - Wam de Moor 1289