Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Van ideaal tot illusie? (Wam de Moor)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

9 Noodzakelijke verbeteringen

Maar er kan veel verbeterd worden. Met steun van Witte zet ik het hier op een rijtje.

  1. Het onderdeel taalvaardigheid staat ten onrechte los van het leesdossier - en dat terwijl ik altijd voor ogen heb gehad dat juist het leesdossier allerlei onderdelen zou bevatten waarmee de taalvaardigheid gediend zou zijn: leesautobiografie, eindbalans-verslag, boekrecensie lijken mij daar uitstekend voor geschikt. Binnen Nederlands zouden schrijfdossier en leesdossier één moeten worden.

  2. Literatuur is bij Moderne Vreemde Talen met 40 studiebelastingsuren bij havo en 80 bij vwo per vak te klein gebleken om bevredigende resultaten te boeken - slechts in de helft van de scholen werken docenten Nederlands en vreemde talen samen - De vrees bestaat dat literatuur, eenmaal achter de streep gekomen, eenvoudig niet meer meetelt, zodat er voor de leraar Nederlands niet veel meer samen te werken valt.

  3. Wat de lespraktijk betreft schieten in de keuze van de verwerkingsopdrachten zowel docenten als leerlingen tekort; docenten omdat ze die opdrachten vaak te gemakkelijk maken, en bijvoorbeeld geen tekstafhankelijke opdracht durven geven -misverstand omtrent het leesdossier! -, te weinig variëren, niet altijd een duidelijk leerdoel voor ogen hebben en de sleutelopdrachten (zoals de leesautobiografie en de balansverslagen) te weinig kritisch waarderen; leerlingen wanneer ze zich er met een jantje-van-leiden vanaf kunnen maken.

  4. Een kardinale vergissing maken docenten die menen dat ze nu als docenten geen les meer mogen geven, hun inzichten overdragen, kennis van de literatuur als geheel, discussies uitlokken naar aanleiding van informatie over boeken. Laat los die waangedachte en geef ook ex cathedra op een interactieve manier les, zoals we dat van onze beste leraren vroeger gewend waren.

  5. Docenten hebben vaak moeite om leerlingen individueel te bejegenen en om recht te doen aan de verschillen tussen leerlingen en hun belangstelling voor, bepaalde verhalen / boeken. Oorzaak: een docent in de bovenbouw heeft soms meer dan 200 leerlingen om te begeleiden. Is het gek dat je je, bij zo'n leerlingenaantal, beperkt tot het zogenaamde 'afvinken' - en daarmee een essentieel element van het leesdossier als instrument voor de smaakontwikkeling van de leerling gewoon kwijt raakt? Nog een nadeel voor de leerlingbegeleiding is het gebrek aan continuïteit, doordat meestal de docent niet meegaat met zijn klassen. Het zou aanzienlijk in werk schelen als de schoolorganisatie hier rekening mee hield.

  6. De correctielast is te zwaar: de enorme hoeveelheid leesverslagen moet drastisch worden teruggedrongen: beter, zoals Geljon opmerkt, een kwartet goed uitgewerkte verslagen dan een dozijn met moeite van elkaar of internet overgeschreven stukken, zoals sommige docenten volgens de nieuwe regels verplicht achten.

  7. Evenzeer moet de docent vechten tegen de fraude. Dat is niets nieuws. Het gebeurde bij het lezen voor de lijst, het gebeurt ook hier, en via internet worden zowel secundaire teksten in het leesverslag gepropt als - en dat is bezwaarlijker - persoonlijke meningen. Volgens mijn zegslieden vallen deze leerlingen overigens bij het tentamen aan de hand van het leesdossier door de mand.

  8. Twee problemen ten slotte die de docenten mogen doorspelen naar de didactici:

290 I Van ideaal tot illusie? - Wam de Moor