Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Van ideaal tot illusie? (Wam de Moor)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

ten eerste is er nog onvoldoende variatie in en kennis van verwerkingsopdrachten die passen binnen de leerling- / lezergerichte benadering; waar komen ze het beste tot hun recht? wat leveren ze op? en nog fundamenteler: niemand weet precies hoe je de literaire competentie van leerlingen van 15 tot 19 jaar kunt ontwikkelen. Witte werkt aan een onderzoek naar de factoren die de ontwikkeling van literaire competentie stimuleren ofwel frustreren.

10 Het antwoord op een vraag

Wezenlijk lijkt mij dit. De meeste docenten én leerlingen accepteren het leesdossier. Van een groep van dertig at random gekozen leerlingen van zes verschillende scholen, staan er 28 positief ten opzichte van het leesdossier, 2 afwijzend, en dat is bijzonder weinig. Waarom zijn ze positief? Met name omdat ze het leesdossier als echt iets van henzelf ervaren. Van een grotere groep (zes hele klassen zesdeklas vwo) zal 85 % het dossier na het examen bewaren en raadplegen.

Tenslotte: mijn vrees voor de verloedering van het literatuuronderwijs en in het bijzonder van het leesdossier dat in 1994 als didactisch voertuig voor dat onderwijs is gekozen, berustte op de informatie dat voor allerlei vakken dossiers aangelegd moesten worden. Mij is duidelijk gemaakt dat die vrees niet helemaal maar wel grotendeels ongegrond is, omdat het leesdossier qua karakter veel reflectiever is dan de overige dossiers.

Witte en ik zijn het volledig eens over de opvatting dat een leerling gek wordt van leesdossier en kunstdossier (bij CKV1) als er op de scholen geen beleid op wordt gezet. Alleen al de veelheid van namen is tekenend voor de situatie: 'portfolio' bij Engels, leesmapje' bij Frans, literatuurdossier' bij Duits, 'fictiedossier' in het vmbo en bij ons dan leesdossier', en erger: een leesautobiografie schrijven voor ieder van die vakken, en dat niet één keer in de tweede fase, maar meerdere malen, met bij ieder vak weer andere instructie over wat er precies verwacht wordt. Dat is gewoon slechte bedrijfsvoering, en zoals ik bij een andere gelegenheid al heb gezegd: neerlandici, neem het voortouw, houd het en ruim de rotzooi op. Dat scheelt veel, misschien wel alles.

Van ideaal tot illusie? - Wam de Moor 1291