Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Liefde voor poëzie (Marjoleine de Vos)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Weet ik best. Is niet belangrijk. Dat is allemaal een misverstand. Laat me eerst eens met instemming een van de opwekkende overdrijvingen van Joseph Brodsky citeren: „Als wij ons van de overige vertegenwoordigers van het dierenrijk onderscheiden door de taal, dan is de literatuur en in de eerste plaats de poëzie, als hoogste vorm van taalgebruik, grof gezegd het doel van onze soort." Eigenlijk is dit voldoende, maar enige toelichting en uitwerking kan nooit kwaad.

Taal is onze manier om de wereld en onszelf aan elkaar en aan onszelf kenbaar te maken. We bestaan voor een belangrijk deel uit taal. Zou die ons afgenomen worden, niet alleen het spraakvermogen maar alle taal, het verstaan, het lezen - we zouden niet meer bestaan op een manier die we ons voor kunnen stellen.

We zitten gevangen in onze taal, die tekort schiet eik wou het helemaal zeggen' dichtte Herman Gorter, 'maar ik kan het toch niet zeggen') maar die tegelijkertijd het voornaamste uitdrukkingsmiddel is dat we hebben. Sommige mensen kunnen er veel beter mee overweg dan andere. Hoe onbeholpen de omgang met de eigen taal ook kan zijn, in geen enkele andere taal heeft men dezelfde rijkdom aan mogelijkheden als in zijn eigen taal, noch actief, noch passief, sterker nog, in geen enkele andere taal is men dezelfde als in de moedertaal. De taalgebruiker verandert enigszins met de taal. En wat er uitgedrukt wordt is ook anders, omdat een andere taal andere uitdrukkingsmogelijkheden en voorschriften heeft. Niet totaal anders, maar wel anders.

Dat dat zo is, laat zich vaak makkelijk demonstreren door de omgekeerde weg te nemen, door bijvoorbeeld te proberen om een mooi Nederlands gedicht, van Lucebert bijvoorbeeld of van Gorter, te vertalen in een andere taal. Het plezier van de klank, van de woorden en hoe ze bij elkaar staan, van een betekenis die niet anders is te zeggen dan zoals het gezegd is, dat alles is niet over te brengen. Neem deze strofe uit de sensitieve verzen van Gorter:

De zon. De wereld is goud en geel
en alle zonnestralen komen heel
de stille lucht door als engelen.
Haar voetjes hangen te bengelen,
meisjesmondjes blazen gouden fluitjes,
gelipte mondjes lachen goudgeluidjes,
lachmuntjes kletterend op dit marmer,
ik zit en warm m'er.

Probeer dat maar te vertalen. „Poëzie is datgene wat verloren gaat in vertaling", zei de Amerikaanse dichter Robert Frost. Iets raakt weg. Iets dat er in het Nederlands (of in het Engels, het Russisch of het Swahili) van het oorspronkelijke gedicht wèl is. Dat iets, daar gaat het om. Het is dat wat voor moedertaalsprekers te herkennen en te begrijpen is, maar voor een buitenlander moeilijk of niet. Dat iets is daarmee een verfijning van onze taalmogelijkheden en dus ook van wie we zijn. Hier roep ik nog een keer het citaat van Brodsky in herinnering: poëzie is de hoogste vorm van taalgebruik.

302 1 Liefde voor de poëzie - Marjoleine de Vos