Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

MAAK VAN TAALKUNDE NOU EINDELIJK EEN SCHOOLVAK! Liesbeth Koenen

Dames en heren,

Helemaal achterin het vriesvak lag het inmiddels, maar speciaal voor deze gelegenheid heb ik het pakketje maar eens ontdooid. Het was in 1996 dat de vergevorderde plannen om van taalkunde een schoolvak te maken de diepvries ingingen. Om voor mij volkomen duistere redenen. Toen al het ijs verdwenen was, begreep ik het nog steeds niet. Alle voordelen van taalkunde-als-schoolvak lagen er nog even fris bij. Terwijl de ontwikkelingen van de laatste jaren hooguit nieuwe argumenten opleveren om zo'n vak razendsnel in te voeren.

Laat me u schetsen waarom. Eerst maar even wat zaken die goed geconserveerd bleken te zijn. Het stralende middelpunt is nog altijd het menselijk taalvermogen. Dat is in die jaren gelukkig helemaal intact gebleven. Nog steeds komen leerlingen dus de school binnen met een grote schatkist onder hun arm: een verbluffende hoeveelheid taalkennis. Gratis en voor niks opgedaan nog voor ze zelfs maar leerden schrijven en lezen, en een onuitputtelijke bron voor de taalkundedocent. Die met zijn werkzaamheden alle leraren die een taal onderwijzen grote diensten kan bewijzen. Daarom moet hij (jaja, of zij natuurlijk) er ook gauw mee beginnen. Meteen in de eerste klas, en niet pas als leerlingen in dat vermaledijde studiehuis komen dat ze nu toch alweer willen afbreken. Het vreemde-talenonderwijs begint direct, dus moet er meteen een taalkundeleraar beginnen om simpele basisdingen te vertellen. Zoals dat er een beperkte hoeveelheid ingrediënten en een beperkte hoeveelheid bouwprincipes is waaruit talen kunnen bestaan.

Neem de spraakklanken: van de pakweg honderd in de wereld heeft een leerling die Nederlands spreekt er meteen al zo'n veertig helemaal onder de knie. Een sterke uitgangspositie, die bijvoorbeeld goed kan dienen om uit te leggen dat in het Nederlands een d aan het eind van een woord weliswaar consequent klinkt als een t, maar dat dat niet altijd zo hoeft te zijn. In het Engels gebeurt het niet.

Hadden ze me dat verteld op school, dan was mijn uitspraak veel eerder ontnederlandst. En had ik toen gehoord dat zinnen wel bestaan uit woorden, maar dat die woorden op posities staan, dan was ter plekke het raadsel ontsluierd van waar nou toch het Engelse werkwoord thuishoorde. Ik snapte er niks van hoe het kon dat het het ene moment was als in het Nederlands, maar dan ineens weer niet, en deed er dus maar een gooi naar.

Zo zijn er talloze dingen die een paar stevige handvatten bieden bij het leren van vreemde talen. De Fransen zijn misschien wel gekke jongens, maar als je eenmaal

Maak van taalkunde nou eindelijk een schoolvak! - Liesbeth Koenen 1307