Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Maak van taalkunde nou eindelijk een schoolvak! (Liesbeth Koenen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

alles letterlijk neemt als er op een plekje rechts in je hersenschors een beschadiging is opgetreden, over hoe kapotte amandelkernen (gebiedjes middenin je hersens) maken dat ook je concepten van dieren en planten stuk gaan, zodat je bijvoorbeeld gaat denken dat een schildpad de grootte van een olifant heeft.

Er is natuurlijk inmiddels ook veel nieuw onderzoek, juist op dit gebied. Zo is nog maar kort bekend dat een tweede taal een eigen, aanwijsbaar afgezonderd stukje van de hersenen 'krijgt' wanneer je die vreemde taal pas later leert, terwijl tweetalig groot-worden (en dat doen steeds meer leerlingen) betekent dat die talen samen een en hetzelfde gebiedje in beslag nemen. Wat dat wil zeggen is weer de vraag, het zijn intussen wel stuk voor stuk spannende verhalen.

Nieuw is ook de alomtegenwoordigheid van het internet, dat bijvoorbeeld vol automatische vertaalprogramma's zit. Laat leerlingen eens wat tekst door die gehaktmolens gooien. Kijk wat eruit komt, lach mee, en toon daarmee opnieuw aan hoe waanzinnig knap wij mensen zijn.

Maar er is meer dat je aan het gebrek aan motivatie kunt doen: leerlingen moeten niks hebben van dure gedichten of Literatuur met een hele grote L? Probeer eens een andere invalshoek. Dichters breken sommige regels, doen als het ware een beroep op onze onbewuste kennis. Laat dat zien. Hoe een woord klinkt is in principe puur toeval. Maar een dichter maakt daar een gelukkig toeval van. Hij speelt met het systeem, knabbelt aan de randjes daarvan. Neem eens een Sinterklaasgedicht en laat leerlingen daar bloedserieus naar kijken. Wat gebeurt daar nu eigenlijk? Of pak een mooie dialoog, en kijk hoe dat in zijn werk gaat. Hoeveel er impliciet blijft, niet letterlijk wordt uitgesproken, bijvoorbeeld. En hoe de 'beurten' wisselen. Leerlingen die enig gevoel hebben gekregen voor het spel met woordvolgordes en betekenissen dat schrijvers spelen, krijgen allicht meer lol in lezen.

Nieuw is intussen ook de klacht dat er voor de leraar Nederlands te weinig uren over zijn om iets moois in te doen. Wel, taalkunde zal dikwijls door Neerlandici gegeven worden, en die hebben echt alle reden om elders uren te halen. Bij de vreemde talen, die er uitsluitend profijt van zullen hebben. Maar ook bij wiskunde, bij biologie, bij geschiedenis valt er op goede gronden wat tijd af te knabbelen.

En er gaat nu onevenredig veel heen aan taalvaardigheidonderwijs? Dat is ook weer het mooie van taalkundelessen: die maken dat je daar minder van nodig hebt. Als je bijvoorbeeld wel eens uitvoerig gewezen bent op de mogelijkheden en onmogelijkheden van verwijswoorden, en wat verder nog meer op wat kan terugslaan, dan maak je daar in een volgend opstel of werkstuk (ook voor andere vakken!) minder gauw een fout mee. Sowieso is gezien hebben hoe machtig het instrument is dat je met taal zomaar gratis in handen hebt gekregen, en hoe goed je erin bent een stimulans om meer en beter te schrijven, lezen, discussiëren.

Enfin. Ook uit de nieuwe redenen om taalkunde onmiddellijk in te voeren op elke

310 I Maak van taalkunde nou eindelijk een schoolvak! - Liesbeth Koenen