Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Implementatiedrempels voor zelfstandig leren (Frank Verbeeck)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

zeker wanneer niet alleen sleutels voor korte oefeningen, maar ook hele taken worden gekopieerd. Je kunt stellen dat de geïrriteerde leerling een assertiviteitsoefening krijgt en systematisch 'nee' moet zeggen tegen de profiteur. Is dat echter niet te veel gevraagd? Heeft een school de nodige omkadering om deze training te geven? Een troost is dat er bij traditionele lessen met oefeningen en taken net zo goed geprofiteerd wordt.

Planning blijkt voor velen het zwaarste probleem, maar dat is net de uitdaging van de methode. Vaak merk je dat leerlingen de studiewijzer niet of slechts oppervlakkig lezen. Een enkele keer heb je de grappige situatie waarbij iemand de (beperkte) vrije werkkeuze zodanig interpreteert, dat hij midden in een willekeurige opdracht begint. Aanvankelijk zocht ik de oorzaak van foute planning in de structuur van de oorspronkelijke studiewijzers: te lijvig en te gedetailleerd. Ik herinner me een dyslectische leerling die in de papierberg verdronk. De huidige studiewijzers zijn misschien niet zo volledig, maar veel handiger. Dan nog lopen enkele leerlingen verloren. De laatste oplossing is een instapperiode in de derde graad: halve studiewijzers met minder taken en veel meer uitleg. In de laatste periode van het zesde jaar moet planning beklijfd zijn. Ik heb inderdaad leerlingen kunnen observeren die evolueerden van ongestructureerde werkers tot planners.

De meeste kritiek betreft de werkdruk. Niet zozeer de toetsen zorgen voor wrijving, daarvoor zorgt het zekerheidsgevoel van een degelijk resultaat, wel het feit dat activiteiten worden opgedreven. De volledige leerstof zit in de studiewijzers en de uurtjes knikkebollen zijn verdwenen. Wie weinig werkt, moet thuis meer doen (of sjoemelen met alle commentaar die daarbij hoort). Aan die kritiek kun je weinig verhelpen. Het leidde wel tot introspectie en relativering. Daarmee zijn we bij het volgende deel gekomen.

7 De vierde drempel: jezelf

De hoogste drempel ligt vaak bij jezelf, althans dat was mijn ervaring. Een eerste raar gevoel heeft te maken met je notie van arbeidsbesef. Lange tijd was lesgeven zwoegen voor de klas en thuis wat extra met voorbereidingen en correctiewerk. Wat ik nu meemaakte, was een betrekkelijk comfortabele dagtaak met meer werkdruk buiten de klasuren. Dat laatste is misschien lastig voor je gezinsleven, maar dat lukt nog. Vervelender waren de dode momenten overdag: je bent door de mondelinge oefeningen heen, je ziet de meeste leerlingen rustig doorwerken, je loopt je rondje in de klas ... Soms vertoonde ik de neiging tot demonstratief gedrag: de leerlingen moesten toch overtuigd worden dat hun leerkracht een harde werker is, of niet soms? De jaren van frontaal hard werken hadden hun sporen achtergelaten. Zelfs correctiewerk in de klas beschouwde ik daarvoor als 'not done'. Dat is nu veranderd: ik heb mezelf ertoe gebracht om ander werk in mijn lokaal te doen: notities controleren, werkjes nakijken, schoolpost doornemen, kladjes voor toetsen maken...

Mijn nuttigheidsgevoel moest een fameuze bocht maken. Vroeger was ik de stuurman,

Implementatiedrempels voor zelfstandig leren - Frank Verbeeck 141