Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Minder is meer; samenvatten in verschillende contexten van het taalonderwijs (Mariëtte Hoogeveen & Bert Kouwenberg)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

den niet terug. Misschien is het meest complexe aan samenvatten op school wel dat het zo belangrijke aspect 'relevantie' daar uiterst ondoorzichtig is. Er wordt kinderen vaak gevraagd de belangrijkste informatie te selecteren (aandacht voor het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken) maar er wordt in opdrachten zelden aangegeven vanuit welke relevantie dat moet gebeuren. Voor wie de belangrijkste informatie: Voor de leerling? Voor de schrijver of spreker van de tekst? Voor de leraar of voor een extern publiek? Op school is er meestal sprake van het volgende type relevantie: van belang is datgene waarvan de leerling inschat dat de leerkracht het in de tekst het belangrijkste vindt. Met andere woorden: de leerkracht is degene die het best weet wat tekstre-levant is, wat de schrijver of spreker bedoelt. Tekstrelevantie en leerkrachtrelevantie kunnen samenvallen en beide kunnen ook nog samenvallen met het zelfrelevante perspectief van de leerling, maar dit is minder vaak het geval dan de mate waarin hiervan op school uitgegaan wordt. Er is heel wat onderhandeling mogelijk over de betekenis van teksten.

4 Een perspectief op nascholing en implementatie

We hebben een aantal kenmerken van de cursus benoemd die naar ons idee als `vernieuwend' getypeerd kunnen worden: een vaardigheid centraal stellen in plaats van een domein van het taalonderwijs; beginnen in de onderbouw óók bij een complexe vaardigheid; een opbouw van groep 1 tot en met 8; samenhang in de verschillende contexten van het taalonderwijs; integratie van taalonderwijs en taal bij andere vakken; werken met een grote diversiteit aan tekstsoorten bij het leren samenvatten. Een dergelijk ambitieus voorstel vraagt om reflectie op de haalbaarheid ervan in de praktijk en om maatregelen die de implementatie ervan vergemakkelijken. We hebben deze maatregelen vooral gezocht in de sfeer van het aansluiten bij routines van leerkrachten. Vaak krijgen zij van ontwikkelaars de boodschap dat wat ze doen niet deugt en dat alles anders moet. Naar ons idee liggen de dingen die anders zouden kunnen vooral op het terrein van de vakinhoud en is het heel goed mogelijk om een ander onderwijsaanbod te integreren in wat leerkrachten, op basis van hun inschattingen van wat mogelijk is, al lang doen. De keuze voor het prentenboek als brontekst voor het mondeling samenvatten is zo'n voorbeeld van aansluiten bij routines. Iedere leerkracht in de onderbouw werkt met prentenboeken. Leren om met kinderen vanuit een zelfrelevant perspectief over boeken te praten is een klein stapje in de gewenste richting.

De keuze voor bekende werkvormen en eenvoudige, gefaseerde lesopzetten is een tweede manier waarop we geprobeerd hebben aan te sluiten bij routines. Het vertalen van onze uitgangspunten voor onderwijs in samenvatten in uitdagende en voor leerkrachten toegankelijke lesmaterialen, was een derde eis die we aan ons werk stelden.

Ook op het niveau van de nascholingsbijeenkomsten hebben we gezocht naar mogelijkheden om onze voorstellen makkelijk overdraagbaar te maken. De cursus bevat materialen die doorgaans in de nascholing gebruikt worden. Een traditioneel onderdeel in het aanbod ontbreekt echter: de reader, waar veel cursisten zich vaak met

Minder is meer - Mariëtte Hoogeveen & Bert Kouwenberg 1 53