Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: De babbeldoos (Dirk Herfs & Toon Voorjans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

2 Doelstelling van het project

De hoofddoelstelling is via spel taal in interactie uit te lokken bij de kinderen zonder dat zij er zich van bewust zijn met taal bezig te zijn. Met de manier waarop de activiteiten zijn uitgewerkt, spelen de begeleiders in op het uitbreiden van de passieve woordenschat van de kinderen. Het stimuleren van de actieve woordenschat is geen doelstelling en als zodanig zijn er geen controle- of toetsmomenten opgenomen in het pakket. Begeleiders kunnen zich wel een beeld vormen van de vorderingen van de kinderen aan de hand van de laatste activiteit die binnen elk thema werd opgenomen: door bijvoorbeeld te observeren hoe goed de kinderen het doen in een kwis, krijgt de begeleider een indicatie van de vorderingen zonder dat kinderen het gevoel hebben dat ze worden geëvalueerd.

In dit geheel willen we ons niet beperken tot het stimuleren van de taalontwikkeling als een op zichzelf staand gegeven. Als schoolopbouwwerkers vonden we het belangrijk om de ervaringen van buurtwerkers terug te koppelen naar de scholen, meer bepaald naar de houding die leerkrachten aannemen in hun samenwerking met de kinderen in de klas. Het pakket werd immers ontwikkeld in een periode dat de leerkrachten van de betrokken kinderen al enkele jaren kennis hadden gemaakt met onderwijsvernieuwing via het Onderwijsvoorrangsbeleid (OVB). In het kader van die vernieuwing was het "al doende" taal leren een belangrijke pijler. Didactische vaardigheden waarbinnen een ruime plaats werd toebedeeld aan het creëren van intensieve interactiemomenten waren hen niet meer vreemd. Toch bleek dit voor veel leerkrachten geen sinecure. De ervaringen van de buurtwerkers én de behoefte van de kinderen om leerkrachten te laten delen in hun belevenissen, zouden voor de leerkrachten drempelverlagend kunnen werken in het aannemen van een meer open houding in de klaspraktijk.

3 Doelgroep

Het materiaal is ontwikkeld voor kinderen van 6 tot 8 jaar. We kozen voor een werking op twee locaties in twee verschillende kansarme wijken van de gemeente Maasmechelen. In de experimentele fase werd elk groepje samengesteld met tien kinderen uit het eerste en het tweede leerjaar en twee vaste begeleiders uit de werkgroep (De werkgroep bestond uit mensen die werkzaam zijn in het buurtopbouwwerk, in de openbare bibliotheek, in een jeugdhuis en binnen het project schoolopbouwwerk).

De kinderen kwamen uit vier verschillende scholen. Bij de aanvang van het eerste werkjaar werden de kinderen geselecteerd op basis van de taalachterstand die werd vastgesteld door mensen die in buurtverband met de kinderen werkten en mensen van de plaatselijke spelotheek. Het tweede jaar werden enkele kinderen uit het eerste leerjaar weerhouden op basis van gesprekken met leerkrachten.

Bij het samenstellen van de groepjes werd bewust een bepaalde mate van heterogeniteit ingebracht om de interactie tussen de kinderen te bevorderen. Zo werd er niet alleen rekening gehouden met taalachterstand. Ook autochtone leerbedreigde

56 1 De babbeldoos - Dirk Herfs & Toon Voorjans