Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: De babbeldoos (Dirk Herfs & Toon Voorjans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

kinderen zonder noemenswaardige taalachterstand werden in de groepjes opgenomen.

Naast het hoofdexperiment hebben we tijdens het tweede werkjaar de eerste vijf thema's laten uittesten in een viertal kinderwerkingen. Het grote verschil met de andere groepen bestond erin dat er werd gewerkt met kinderen van 6 tot 12 jaar en dat het niet altijd ging om vaste groepjes.

Enkele belangrijke vaststellingen uit dit nevenexperiment zijn de volgende:

  • De werking met thema's blijkt ook deze kinderen sterk aan te spreken.

  • De Nederlandstalige kinderen zijn even enthousiast als de anderstalige.

  • Er is een veel lager absenteïsme dan tijdens de reguliere kinderwerking. Een knelpunt is dat de verhaaltjes en een aantal vragen uit de spelletjes te eenvoudig zijn voor de oudere kinderen. Men heeft dit opgevangen door de oudere kinderen de verhaaltjes te laten voorlezen aan de kleinsten.

  • In te grote groepen gaat de hoofddoelstelling, interactie bevorderen, verloren. De activiteiten kunnen ook gegroepeerd worden (Men kan bijvoorbeeld twee activiteiten verwerken in één bijeenkomst). Echt nodig is dit niet, omdat de meeste activiteiten voldoende elementen bevatten om ook twee uur bezig te zijn.

4 Integratie van de projectactiviteiten in het totale pakket onderwijs Nederlands in de betrokken scholen

Om de beoogde doelstellingen te bereiken, is het noodzakelijk om de leerkrachten van de kinderen in te lichten over de achtergrond van het project en hen op de hoogte te houden van de activiteiten waaraan de leerlingen deelnemen in hun vrije tijd. Het is belangrijk dat leerkrachten oog krijgen voor niet formele situaties waarin kinderen taal leren en gebruiken.

Aan het begin van de werking proberen we als het ware een voedingsbodem te scheppen waarin die openheid verder kan groeien in de loop van het eigenlijke project. We zetten een aantal stappen op een rijtje:

  1. De directies van de vier scholen zetelen in de stuurgroep van het project schoolopbouwwerk. Het project is gegroeid binnen deze stuurgroep met als gevolg dat de directies al van meet af aan betrokken waren bij het uitdenken en uitwerken van het gedachtegoed.

  2. In een volgende fase werden de opbouw van het project en de onderliggende doelstellingen besproken met de leerkrachten en de directies. Leerkrachten kregen bovendien een overzicht van de opeenvolgende activiteiten met een korte omschrijving van de inhouden.

  3. Leerkrachten werden gestimuleerd om deel te nemen aan de activiteiten. Vooral het oudermoment (zie "beschrijving van het project") leende zich hier uitstekend toe. Op die manier kregen leerkrachten de kans om vanuit een andere betrokkenheid met de kinderen én hun ouders te communiceren.

De babbeldoos - Dirk Herfs & Toon Voorjans 57