Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: De babbeldoos (Dirk Herfs & Toon Voorjans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4. Er volgden evaluerende gesprekken met de leerkrachten. Het waren informele gesprekken over het kind in zijn totaliteit (is het kind al meer open gebloeid in de klas, neemt het meer initiatief, hoe is het gesteld met zijn algemeen gevoel van welbehagen in de klas,...) De evaluatie was dus minder op taal gericht, wél op de voorwaarden om tot interactie te komen.

Het is niet de bedoeling om het geheel van activiteiten als zodanig mee op te nemen in het schoolcurriculum. De ervaringen en de daaraan gekoppelde taalvaardigheid worden opgebouwd buiten het klasgebeuren, namelijk in het kader van een georganiseerde vorm van vrij tijdsbesteding voor de kinderen. Het gaat er om de taalvaardigheid die de kinderen dáár opbouwen te integreren in het klasgebeuren, samen met de voorwaarden waar die taalverwerving mee samenhangt: de wereldverkennende ervaringen waar de taal aan ophangt en de openheid om die ervaringen uit te wisselen met de kinderen en hun ouders.

5 Beschrijving van het project

Als concept kozen we voor een thematische werking die verloopt volgens een stramien dat de volgende onderdelen bevat :

Een startactiviteit: deze moet spectaculair zijn voor de kinderen en dient motiverend te werken voor de volgende bijeenkomsten. Dit spectaculaire zochten we dikwijls in activiteiten op plaatsen waar kinderen anders zelden terecht komen. Bijvoorbeeld een woonboot, een verbrandingsoven of het rustoord.

Een voorleesmoment: wij vinden het belangrijk om kinderen naast de gesproken taal ook te confronteren met en te motiveren voor de geschreven taal, om hen te leren genieten van boeken en verhalen.

  •  Gezelschapsspelletjes: het samenspel van kinderen bevorderen, zich aan spelregels houden, leren overleggen, enz.

Een knutselmoment: met de bedoeling om spontaan taalgebruik uit te lokken tijdens een creatieve activiteit. Dit gebeurt vooral door de kinderen te laten verwoorden waar ze mee bezig zijn.

  • Een oudermoment: ouders spelen een heel belangrijke rol in de ondersteuning van hun kinderen. Door hun aanwezigheid bij een aantal activiteiten krijgen zij een goed zicht op datgene waar hun kinderen mee bezig zijn en geven zij het kind het signaal dat zij dit belangrijk vinden.

Sfeerschepping: extra aandacht dient te gaan naar het creëren van een speciale sfeer. Dit kan door speciale uitnodigingen, de aankleding lokaal, een verzorgde en warme ontvangst van de ouders, de presentatie van de eindresultaten, enz. Elke activiteit moet door het kind ervaren worden als een spelactiviteit en niet als een taalactiviteit.

Elk thema bestaat uit zes bijeenkomsten. We werken 2 x per week gedurende 1 uur met de kinderen. Als je hier een voorbereidings- en een evaluatiemoment aan koppelt,

58 1 De babbeldoos - Dirk Herfs & Toon Voorjans