Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

DE SPREEKVAARDIGHEID OP HET PIERSONCOLLEGE Margot de Wit

1 Inleiding

Zo'n achttien jaar geleden zijn wij op het Piersoncollege te Den Bosch begonnen met spreekvaardigheidonderwijs in de vorm van een groepsdiscussie. De opzet van toen kenmerkte zich en verschilde met die van nu door de luttele voorbereiding en ervaring van zowel leerlingen als begeleider, maar toch was iedereen steeds enthousiast over dit onderdeel.

Inmiddels zijn we toegegroeid naar een volwaardige, volwassen discussie, die zowel voor de deelnemers als voor de begeleider een leerzaam en volwaardig tweede faseonderdeel is. Nog steeds leer ik elke keer weer van een discussiesessie en ervaar ik leerlingen op een heel andere, vaak positievere manier dan bij de andere vakonderdelen. Ook merk ik dat geen enkel ander onderdeel binnen het vak zo'n groot appèl doet op het verantwoordelijkheidsgevoel en de teamgeest van leerlingen. Nu moeten zij echt hun beste beentje voorzetten en het is elke keer weer enorm inspirerend om te zien dat er zoveel uitkomt.

Indertijd hebben wij heel bewust gekozen voor de discussie en niet voor het debat. Jonge mensen op die leeftijd zijn vaak heel snel geneigd te zeggen ik vind' in plaats van 'ik denk: Ook is voor hen de aanval meer eigen aan hun jeugdige instelling dan het kundig boven tafel krijgen van het standpunt van de ander.Ik zie het debat dan ook als een volgend stadium na het bekwaam voeren van een discussie.

Onze hoofddoelen zijn vooral om leerlingen te leren met respect op elkaar te reageren, ieders standpunt helder te krijgen, een goede gesprekssfeer te creëren en de grote lijn van een discussie in het oog te houden. Allemaal vaardigheden die min of meer haaks staan op de mentaliteit van de puber en daarom geleerd moeten worden. Pas als die basisvaardigheden eigen zijn gemaakt, is de weg klaar om eventueel verder te gaan met debatteren.

2 Discussievormen

Wij gaan op onze school uit van twee vormen van discussie:

  1. een gedocumenteerde groepsdiscussie door ongeveer 6 leerlingen;

  2. een gedocumenteerde groepsspreekbeurt (door maximaal 4 leerlingen voorbereid) gevolgd door discussie (met een nevengroep ook bestaande uit maximaal 4 leerlingen).

Het eerste model doen we zowel in 4 havo als in 5 havo, met dit verschil dat de 4 havo-leerlingen documentatiemateriaal van de docent krijgen. In 5 havo moeten ze zelf een documentatiemap aanleggen.

De spreekvaardigheid op het Piersoncollege - Margot de Wit 1 71