Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: De spreekvaardigheid op het Piersoncollege (Margot de Wit)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Een proefdiscussie wordt gehouden in de eigen groep en met elkaar worden gesprekspunten voor de kern geformuleerd.

Tussendoor zijn er werklessen waarin aan de documentatiemap gewerkt kan worden. Leerlingen overleggen met elkaar wie welke artikelen neemt.

Tenslotte vinden de discussies plaats gedurende een lesuur van 50 minuten, waarbij geprobeerd wordt alle discussies op te nemen. De leerlingen bekijken daarna hun videoband en reflecteren schriftelijk over hun prestaties.

3 Evaluatie

Collega's die voor het eerst een discussiesessie opstarten, maken zich vaak zorgen over de evaluatieve fase. Voor mij was dat in het begin ook een spannend onderdeel. Zijn leerlingen in staat kritisch en positief te kijken naar medeleerlingen? Is een dergelijke vorm van spreekvaardigheid wel in een objectief cijfer te vatten?

Wat betreft de eerste vraag is het na elke discussie steeds weer zeer verrassend te merken tot welke heldere observaties leerlingen in staat zijn. Steeds weer valt mij op dat zij met respect de beoordeelde deelnemer evalueren. Meestal heeft elk discussielid zo'n drie observatoren tot zijn beschikking en door middel van een observatieformulier dat ingevuld moet worden komen zij meestal tot een interessante bijdrage. Vaak worden zaken opgemerkt die mij zijn ontgaan, omdat je als docent meer let op de discussie als geheel.

Ik vul dan zonodig aan, of relativeer zonodig bepaalde waarnemingen. Uiteindelijk bepaal ik na afloop van alle discussies het cijfer. Als een groep zeer gelijkwaardig heeft gescoord, krijgen alle deelnemers min of meer hetzelfde cijfer. Maar individuele score-verschillen komen bij mij zeer veel voor. Deze kan ik altijd naar de deelnemers toe onderbouwen (bijv. de discussieleider of een van de deelnemers heeft zich positief onderscheiden door een sturende bijdrage, of iemand heeft zich schuldig gemaakt aan een drogreden of iets dergelijks).

Het antwoord op mijn tweede vraag luidt dan ook: Ja, ik meen dat het zeer goed mogelijk is om de leerling voor deze manier van spreekvaardigheid een min of meer objectief cijfer te geven dat recht doet aan zijn of haar prestaties.

Daarbij moet wel aangetekend worden dat het zaak is dat het voor de leerlingen duidelijk is op grond van welke aandachtspunten de beoordeling gaat plaatsvinden. Door middel van een goed voorbereide lessenreeks is dat niet zo moeilijk te realiseren. Moeilijker is het om aan de tweede voorwaarde te voldoen. Natuurlijk is het van belang dat de collega's het per sectie over de beoordelingspunten eens zijn, zodat zij min of meer tot een gelijkwaardige becijfering komen. Dat betekent dat er overleg gevoerd moet worden en dat men weet heeft van elkanders lespraktijk. Dat kost tijd en die tijd wordt ons jammer genoeg niet altijd gegund.....

De spreekvaardigheid op het Piersoncollege - Margot de Wit 1 75