Doorzoek alle bundels


Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Participatievaardiger via de lessen nederlands (José Vandekerckhove)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

elkaars luisterattitude te observeren want ze kunnen heel wat leren uit het analyseren van hoe anderen luisteren. De leerlingen krijgen een observatieblad. Daarop staat een aantal punten waarop ze moeten focussen. Het is beter dat ze vooraf niet weten wie precies de opdracht heeft hen te observeren. Schoolboeken Nederlands bieden voldoende luisterobservatieschema's aan. Binnen de hier toegemeten publicatieruimte kunnen dergelijke schema's helaas niet opgenomen worden.

7 De vaardigheid spreken

Ook hier kunnen we met een observatieblad werken. De meeste leerboeken bieden ook deze modellen aan. Het observeren van luisteren en spreken kan in één oefening gecombineerd worden. Bijvoorbeeld: leerling A observeert de manier van luisteren van leerling B en leerling B de manier van spreken van leerling A. Het is de bedoeling dat de leerlingen elkaar na de oefening feedback geven. Er moet daarbij gelet worden op de manier waarop die feedback gegeven wordt. De docent raadt de leerlingen aan hun opmerkingen als een suggestie (indien... dan zou...) te verwoorden (wederzijds respect als grondhouding)

Deze erkennende manier van verwoorden kan een slechtlopende communicatie verbeteren en het samenwerken stimuleren (sociale vaardigheid).

8 De vaardigheid schrijven

Via taalbeschouwing leren de leerlingen hoe ze een uitnodiging moeten schrijven, een verslag moeten maken, enz. Ook hier kan het ingrediënt participatie worden toegevoegd.

Een paar mogelijkheden:

- Een uitnodiging voor een leerlingenraad

- Het schrijfgesprek

Hoe verloopt dit ? Er wordt in stilte gewerkt, er wordt niet gesproken, alleen geschreven. De leerkracht schrijft b.v. "De sfeer op school" op het bord. Van daaruit vertrekt een "associatie - egel". Er kan aangevuld en onderstreept worden. Er kunnen vraagtekens bijkomen.

Daarna heeft iedereen heeft recht op twee of drie rode stippen die toegekend worden aan de begrippen op het bord die men het belangrijkst vindt. Na deze opwarming volgt een discussie over het punt (de punten) met het meeste rode stippen. Een groot voordeel is dat leerlingen die verbaal wat minder competent zijn of minder assertief zijn hier ook makkelijker aan bod komen.

- Schrijven volgens de "vaste structuren".

Leerlingen die hebben leren werken met de vaste structuren kunnen deze techniek ook toepassen op onderwerpen die in verband staan met participatie en inspraak op school.

Bijvoorbeeld de probleemstructuur:

-Wat is het probleem precies?

80 I Participatievaardiger via de lessen Nederlands - José Vandekerckhove