Doorzoek alle bundels

Zoek in de bundels:
Uitgebreid zoeken »

Bundel 15 | Vijftiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2002)

Bijdrage: Geïntegreerde oefening: bespreken van recensies en boekverslagen op intenet gevonden (Marleen Lippens)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Deze stappen zetten ze nu ook bij de presentatie.

De leerlingen ORIËNTEREN zich op de spreektaak:

- Voor wie? de medeleerlingen (lln), de leerkracht (lk)

  • Doel? de lln en de lk informeren over het boek; hen overtuigen van hun eigen mening: ze geven een score en ze bespreken kritisch wat er in de recensie en in de boekbespreking te lezen staat; ze geven argumenten; ze leggen ook telkens uit waarom ze met bepaalde zaken wel of niet akkoord gaan.

(Soorten argumenten kennen ze vanuit voorgaande lessen.)

Ook hun leeswijze wordt hierdoor bepaald:

(ze kiezen een passende leesstrategie)

oriënterend/verkennend/globaal lezen: om het boek te kiezen ontspannend/genietend lezen van het boek zelf;

kritisch lezen van de recensie en de boekbespreking.

VOORBEREIDEN van de spreektaak

De leerlingen bereiden de spreektaak voor door:

  • een schriftelijke neerslag te maken voor de leesportefeuille;

een spreek- (spiek-)briefje te schrijven. Dit kunnen ze gebruiken tijdens het spreken.

(Het is zeker niet de bedoeling dat de leerlingen hun tekst van buiten leren, maar wel dat ze hun spreekbriefje zodanig kunnen gebruiken dat het heel spontaan en natuurlijk overkomt, niemand zegt dat je niet eens naar een bepaald woord mag zoeken of eventjes de draad kwijt mag zijn en dus op je spreekbriefje moet loeren, dit kan zolang dat maar onopvallend gebeurt.)

  • in de recensie en/of het boekverslag hebben ze bepaalde fragmenten, zinnen, woorden aangeduid om ernaar te kunnen verwijzen tijdens hun spreekopdracht.

UITVOEREN van de spreektaak

De leerlingen komen om de beurt naar voren. Aan de hand van het spreekbriefje werken de leerlingen de spreektaak af. De leerlingen houden daarbij rekening met de elementen uit de voorbereiding.

Wanneer de leerlingen vooraan in de klas komen kunnen ze - afhankelijk van het klaslokaal - gaan zitten of blijven staan om hun opdracht uit te voeren. Zittend kan bijvoorbeeld in lokalen waar er een trede is, staand in de lokalen zonder, omdat de leerlingen dan boven de anderen uitsteken. Je kunt de lln ook laten kiezen; enkelen zullen zich zekerder voelen als ze kunnen zitten, er is minder spreekangst, ze zijn rustiger en ze hebben minder problemen met hun houding.

Ook biedt het briefje hen de mogelijkheid om meer blijf te weten met hun handen. De leerlingen houden zich aan de gemaakte afspraken (zie bijlage 2).

Leerlingen kunnen ook in paren of in kleine groepen werken.

Per twee hebben ze een boek gekozen, gelezen, de recensie en het boekverslag besproken. Ze hebben samen de informatie opgezocht. Onderling wordt er afgesproken wie

88 I Geïntegreerde oefening - Marleen Lippens