taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 16

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2003
468 pagina's

afspraken worden gemaakt? Hoe evalueren we, sturen we bij? Deze vragen zijn in de handelingsgerichte diagnostiek bijzonder belangrijk. Antwoorden sturen immers het handelen. In de diagnostiek zal je dus meer en meer afstappen van genormeerde tests. In mijn testotheek staan tal van gewone boeken, waarvan ik wel het AVI-niveau ken. Meestal neem ik dan kopijen uit een boekje en laat ik de tekst lezen waarbij ik zelf hulp geef. De leessteun wordt dus aangepast aan de reële noden van het moeilijk lezende kind.

6 Ten slotte: enkele voorbeelden

Je helpt leeszwakke leerlingen wanneer je de structuur van het woord visueel beklemtoont. Dit kan je doen door gebruik te maken van markeerstiften of het zetten van boogjes. Je zit naast het kind en je markeert de structuur van de woorden waarmee hij het moeilijk heeft. Voor sommige kinderen kan het zelfs een voldoende hulp betekenen dat je de eerste letter van elk woord aanstipt. Dit is de letter vanwaar hij moet vertrekken om het woord te lezen.

Je laat het kind bijwijzen met de vinger. Voor de meeste leeszwakke kinderen betekent dit een enorme steun. Misschien heeft hij voldoende aan een volgblaadje.

Hardop lezen is belangrijk. Dit betekent niet dat zwakke lezers niet 'stil' mogen lezen. Ook voor hen is het erg belangrijk eens rustig en alleen bezig te zijn met een boek, een verhaal. Geef ze dan wel teksten die ze 'technisch' aankunnen. Boeken voor moeilijk lezende kinderen zijn hier op hun plaats.

Het alzijdig bespreken van woorden. Noteer een aantal moeilijke woorden uit de volgende les. Je maakt er een lijstje van. Je bereidt die woorden voor. Alzijdig bespreken betekent dat je het woord voorleest, de opbouw van het woord accentueert, misschien ookwat uitleg over het woord geeft oflaat geven, het woord goed laten articuleren, ook de schrijfwijze van het woord bespreken.

Soms zul je het tempo moeten verlagen. Sommige kinderen lezen te vlug, maken fouten, respecteren de leestekens niet. In dit geval vallen we terug op de techniek van het streepjes plaatsen tussen zinsdelen. Aan elk streepje moet het kind even rusten. Bij twee streepjes moet hij langerwachten (adempauze) ofmoet hij wachten op het teken van de klasleerkracht of van de begeleider.

Bij fouten is het geven van ondersteunende feedback te verkiezen. Dit betekent dat je in die mate leessteun geeft, bijv. het woord voorstructureert, dat de leerling zelf

10 1 Wanneer lezen nauwelijks op gang komt

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties