taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Kortverhalen schrijven: een module (José Vandekerckhove)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3.4 Het vertelstandpunt

De docent kan hier eerst de theorie over de vertelstandpunten herhalen. Dit is een goed moment om de monologue intérieur te introduceren.

Opdracht 5: Schrijf een monologue intérieur

3.5 Stijl

Literaire stijl is de manier waarop iets geschreven wordt.

Drie basiscriteria bepalen de schrijfstijl: dewoordkeuze, de zinsbouw, deverteltrant.

Opdracht 6: De leerlingen maken een oefening à la Queneau.

3.6 Dialoog

De docent geeft een paar voorbeelden van goede en minder goede dialogen. Opdracht 7: Schrijf een dialoog tussen twee van je personages.

3.7 Spanning

Lezers lezen graag spannende verhalen en kortverhalen hebben sowieso iets met spanning. Wellicht lezen een aantalleerlingen misdaadverhalen (Aspe, Geeraerts . . .) . Een uitstekende gelegenheid voor een minipresentatie van een boek waarbij ze proberen duidelijk te maken hoe de auteur de spanning creëert.

3.8 Compositie en structuur

De opbouwvan een verhaal is van groot belang. De docent herhaalt eerst het begrip chronologie. Hij vertrekt van een aantal romans ofverhalen. Op die manier toont hij een aantal structuurpatronen.

3.9 De titel

Veder verhaal heeft ook een titel. Een goede titel wekt nieuwsgierigheid . Laat de leerlingen een paar "verkoopstitels" op covers van tijdschriften oplijsten en laat ze zeggen waarom die titels tot kopen "verleiden".

Kortverhalen schrijven: een module 1 109

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties