taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Lang zullen ze lezen! Begrijpend lezen in het eerste leerjaar (groep 3) (Barbara Linsen & Saskia Timmermans)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

bijvoorbeeld door hen bij het oplossen van een bepaald probleem gerichte vragen te stellen zoals: 'Hoe weet je dat je deze stoel rood moet kleuren?', 'Waar staat dat in de tekst?', 'Lees dit stukje eens hardop ?', 'Staat er dat je de stoel rood moet kleuren ofstaat er iets anders?' .Bij functionele leestaken zul je al snel bij stillezen uitkomen, vermits dit in de meeste gevallen de natuurlijke manier van lezen is. Als je dit soort opdrachten toch nodeloos hardop laat lezen, neem je de betovering van de taak voor een deel weg. Leerlingen hebben dan al snel door dat het je om het lezen te doen is, en niet om bijvoorbeeld het vinden van de rover. Toch willen wij hier zeker niet suggereren dat hardop lezen helemaal achterwege moet worden gelaten in het eerste leerjaar: hardop lezen is immers een manier om na te gaan of de leerlingen een bepaalde tekst volledig én correct kunnen decoderen. In plaats van enkel het decoderingsvermogen te controleren, kunnen leerkrachten echter ookvia begripsen inhoudsvragen nagaan of de leerlingen de tekst wel volledig en goed hebben gelezen.

3.3 Veel lezen

Hoe meer de leerlingen lezen, hoe beter ze lezen. De verschillende leesopdrachten binnen een taakgerichte aanpak zijn dan ook zo opgebouwd dat de leerlingen veel moeten lezen, willen ze de taak tot een goed einde brengen. Dit kan op drie manieren verzekerd worden: door de lengte van de teksten, doordat de leerlingen veel herlezen bij het uitvoeren van de taken en doordat ze vaak stil lezen.Kinderen van een eerste leerjaar worden vaak op een leesdieet gezet dat veelal bestaat uit losse woordjes (woordrijtjes, flitskaarten, ...) of zeer korte, zorgvuldig uitgekiende tekstjes met een laag AVI-niveau. De woorden mogen slechts een bepaald aantal lettergrepen hebben en het aantal woorden in een zin is beperkt.Door te kiezen voor functionele teksten, hebben de teksten al een behoorlijke lengte. Ook de zinnen en woorden zijn soms net iets langer dan in de traditionele leesmethodes. De leerlingen lezen dus meer. En hoe meer je leest, hoe beter. Leerkrachten die voor het eerst met bijvoorbeeld de taken van Leesprikkels aan de slag gaan, vinden de teksten vaak te lang voor de leerlingen. Achteraf moeten ze echter toegeven dat leerlingen die lengte best wel aankunnen.Daarnaast kunnen taken zo opgezet zijn dat de leerlingen regelmatig terug moeten grijpen naar hun tekst, dat ze telkens stukken tekst moeten herlezen. In deze gevallen is herlezen ook weer functioneel, en moeten de leerlingen dit niet doen omdat de juf er nu eenmaal om vraagt. Meestal gaan de kinderen herlezen omdat iets nog niet helemaal duidelijk is, of omdat ze in een langere tekst gericht verschillende dingen moeten gaan opzoeken. Zo bevat Leesprikkels bijvoorbeeld een opdracht waarbij leerlingen voor een drietal kinderen het juiste medicijn moeten kiezen uit een reeks van acht medicijnen. Vn de beschrijvingen van de medicijnen zitten voldoende afleiders om de leerlingen

Lang zullen ze lezen! Begrijpend lezen in het eerste leerjaar 1 129

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties