taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Taalbeleid: afstemming op competenties van de leerkracht (Lijgien Bos & Margit Bouma)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

bij het bepalen van de veranderingscapaciteit en -bereidheid op een school en het ontwikkelen en uitvoeren van een veranderingsplan. Op de schoolbegeleidingsdienst in Friesland verscheen in 1990 het Diagnose Instrument Schoolverbetering (DIS). Beiden zijn bij uitstek geschikt om onderwijsvernieuwingen in het algemeen zorgvuldig voor te bereiden en planmatig uit te voeren.

  • Meta-instrument: In 1993 verschijnt bij de SLO het een instrument dat speciaal is ontwikkeld voor scholen met allochtone leerlingen. Met dit instrument kan de schoolbegeleider samen met scholen systematisch informatie verzamelen over het taalonderwijs in groep 1-8 en de taalsituatie van leerlingen. Het kan gebruikt worden om het al in ontwikkeling zijnde taalbeleid te evalueren. Het Meta-instrument kan ook de eerste stap zijn om het bestaande taalbeleid aan te passen en te actualiseren. Het bestaat uit de volgende delen: (1) profiel van de school (algemeen); (2) intercultureel-onderwijsbeleid; (3) Taalbeleid (NT1, NT2, OET en taal in andere vakken) en (4) prioriteiten. Scholen bepalen zelf welke onderdelen zij in kaart willen brengen. Het kan van belang zijn om eerst het hele spectrum van mogelijkheden te bezien om vervolgens een beredeneerde beslissing te nemen. De schoolbegeleider houdt het overzicht en voorkomt dat de leraren door de bomen het bos niet meer zien.

  • Instrument Taalbeleidvoor schoolbegeleiders: In 1994 verschijnt bij het Instituut voor Leerplanontwikkeling een instrument dat gericht is op het onderwijs in de Nederlandse taal in de brede zin. Het stelt begeleiders in staat om in korte tijd een beeld te krijgen van de sterke en zwakke kanten van het onderwijs in taal en lezen op een basisschool. Het bestaat uit een aantal katernen die overeenkomen met de belangrijkste domeinen van het taalonderwijs: mondeling taalonderwijs; leesonderwijs; onderwijs inschrijven; taalbeschouwingsonderwijs en onderwijs in woordenschat; taalonderwijs aan allochtone leerlingen. Het is aan de ervaren schoolbegeleider om te bepalen in welke situaties hij dit instrument – of onderdelen daaruit – gebruikt.

  • Het Haags Instrument Taalbeleid: Dit recent herziene instrument (2001) bestaat uit twee onderdelen: Het 'Instrument Algemeen Taalbeleid' bedoeld om het totale onderwijs op taalgebied binnen de school in kaart te brengen en inhoudelijke prioriteiten te stellen en het 'Instrument Specifiek Taalbeleid' bedoeld om op specifieke onderdelen van taalbeleid tot een meer concrete invulling te komen en op basis daarvan scholen te ondersteunen bij het uitwerken van veranderingsplannen.

De centrale vraag in het diagnoseproces is steeds: zijn er motieven om alles te laten zoals het is of om een en ander te verbeteren. Als iedereen het er over eens is dat er niets te verbeteren valt, dan heeft het instrument zijn evaluatieve werking gehad:

Taalbeleid: afstemming op competenties van de leerkracht 1 15

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties