taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Schrijfonderwijs in de praktijk (H.M.B. Franssen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

De items 6 tot en met 8 gaan over instructie in schrijfaanpakken. Het blijkt dat leraren in voldoende mate (gemiddelde score van 3.40) instructie geven over de wijze waarop leerlingen informatie kunnen verzamelen voor de te schrijven tekst of over de manier waarop ze de schrijfopdracht kunnen voorbereiden (item 6). Meestal heeft dat voorbereiden de vorm van het maken van een woordveld of van een associatie-opdracht.

Uitleg over de vraag hoe de kinderen structuur kunnen aanbrengen in de verzamelde informatie (item 7) en hoe ze doel- en publieksgericht kunnen schrijven (item 8), komt weinig voor. Zeker het laatste aspect. Er bestaat hier weinig verschil tussen de leraren (standaarddeviatie .28) Bij een aantal schrijfopdrachten was het doel- en publieksgericht schrijven overigens niet van toepassing.

De volgende vier items (9 tot en met 12) geven zicht op de mate waarin de leraren bepaalde instructieprincipes toepassen. In elke les geeft de leraar op enig moment uitleg. Uit de observaties blijkt dat de leraren dat behoorlijk goed doen: ze geven duidelijke uitleg, in kleine stapjes, met concrete voorbeelden. Ook het bespreken van voorbeeldteksten wordt vaak en goed als instructiewijze toegepast (item 12). In het merendeel van de lessen gebeurde dit ook behoorlijk goed (een gemiddelde score van 3.48). De standaarddeviatie drukt echter uit dat de verschillen tussen de leraren bij dit kenmerk groot zijn. De leraren maken nauwelijks gebruik van het hardop denkendvoordoen als instructiewijze (item 10). Eigenlijkwas er slechts één leraar die vrij consequent hardop denkend het schrijfproces aan de leerlingen demonstreerde.

Item 13 gaat over de hulp tijdens het schrijven. De score op dit item laat zien of kinderen tijdens het werken aan de schrijfopdracht worden geholpen Bijna alle leraren bieden op het moment dat kinderen aan het werk zijn hulp. In ongeveer eenvierde deel van de geobserveerde lessen had deze individuele hulp vrijwel uitsluitend betrekking op verzorgingskwesties zoals correcte spellingen interpunctie. In de overige lessen was de hulp breder en had ook betrekking op de inhoud van de tekst of op de schrijfaanpak. Helaas kon niet betrouwbaar worden vastgesteld ofleraren procesgerichte hulp bieden aan de leerlingen. En aansluiten bij de aanpak van de kinderen.

Na afloop van de schrijfopdracht zou er reflectie op het schrijfproduct en op het schrijfproces moeten plaatsvinden. De leraar kijkt dan samen met de leerlingen terug op de schrijfactiviteit. In iets minder dan eenderde deel van de lessen vindt er geen reflectie op het schrijfproduct plaats (item 14). Hier speelt tijdgebrek zeker een rol. Toch wordt ook bij het begin van de volgende schrijfles vaak niet stilgestaan bij de vorige opdracht. In 12 lessen van de 30 lessen praat de leraar samen met de

28 1 Schrijfonderwijs in de praktijk

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties