taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Schrijfonderwijs in de praktijk (H.M.B. Franssen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Op vier van de zes scholen hebben de leraren verschillende methodes geanalyseerd en van deze groep hebben twee scholen ook enkele methodes in de praktijk uitgeprobeerd door er een aantal lessen uit te geven of door de methode enige tijd in zijn geheel te gebruiken. Op twee scholen heeft men alleen de methode Zin in taal beoordeeld. Op twee scholen is alleen deze methode in de praktijk uitgeprobeerd.

De implementatie van de taalmethode vindt hoofdzakelijk plaats door middel van informeel overleg. Leraren praten 'in de wandelgang' na schooltijd of tijdens de koffie over het werken met de methode. Op één school wordt tijdens georganiseerd paralleloverleg (Overleg van de leraren uit hetzelfde leerjaar) over de ervaringen gesproken. Op deze zelfde school is men van plan om te gaan werken met een vorm van collegiale consultatie via video-opnames van stellessen. Één school maakt gebruik van ondersteuning van een schoolbegeleider in de vorm van klassenconsultatie. Bij alle leraren van deze school was in loop van het schooljaar meer keren een taalles geobserveerd. Op een andere school werd de implementatie ook ondersteund door de schoolbegeleider, maar hier vonden geen klassenconsultaties plaats. Op drie scholen was het gebruikelijk om tijdens teamoverleg te spreken over het oplossen van praktische knelpunten en over het maken van afspraken.

Zeven van de leraren geven aan dat ze vaak tekstbesprekingen houden. De geschreven teksten van enkele leerlingen worden dan besproken. Hierbij besteden zes leraren aandacht aan de specifieke aandachtspunten uit de les, en drie leraren zeggen ook aandacht te schenken aan de manier van aanpak, het schrijfproces. Herschrijven van teksten gebeurt volgens de leraren maar weinig. Hier is geen tijd voor. Vier leraren laten dat bijna nooit doen en vier andere slechts incidenteel.

De interviews geven een globaal beeld van het keuze- en implementatieproces van de nieuwe taalmethode, van de activiteiten op het gebied van deskundigheidsbevordering en ten slotte van de praktijkervaringen van de leraren met de leerlijn schrijven uit de methode Zin in Taal. Het keuzeproces vindt heel verschillend plaats. De meeste scholen hebben weliswaar enkele methodes bekeken, maar de wijze waarop de keuze tot stand komt verloopt doorgaans verschillend. De implementatie van de nieuwe methode vindt in het algemeen slechts in beperkte mate planmatig plaats. Nascholing op het gebied van schrijfonderwijs vindt vanwege onder andere het ontbreken van een aanbod niet plaats. De leraren zien verschillende sterke punten van de leerlijn schrijven (bijvoorbeeld variatie in tekstsoorten). Als zwakke punten worden vooral genoemd tijdgebrek voor de uitvoering van de lessen (de lessen zijn qua stof te vol), de moeilijkheid van een aantal lessen en het feit dat de lesbeschrijvingen te uitvoerig zijn.

Schrijfonderwijs in de praktijk 1 31

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties