taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Schrijfonderwijs in de praktijk (H.M.B. Franssen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

4 Conclusies en discussie

Het onderzoek was gericht op de beantwoording van de volgende centrale vraag: In hoeverre realiseren leraren die werken metZin in taalde didactische kenmerken van goed schrijfonderwijs in de praktijk? Op grond van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek kunnen conclusies worden geformuleerd waarmee deze vraag wordt beantwoord.

In de geobserveerde lessen bleek dat de leraren veel aandacht besteden aan het onderwerp van de schrijfopdracht. Ook bepaalde aspecten van de communicatieve context van de opdracht krijgen ruim de aandacht (de tekstsoort en het onderwerp) . De doel- en publieksgerichtheidworden nauwelijks besproken, ook als dit relevant zou zijn gezien de schrijfopdracht.

Tijdens de instructie besteden de leraren tot op zekere hoogte aandacht aan de verschillende deelprocessen. Hoe kinderen ideeën kunnenverzamelen en selecteren komt veelvuldig voor. De instructie is daarentegen veel minder gericht op het structureren van informatie. Het leren doel- en publieksgericht te schrijven komt nauwelijks uit de verf als dat gezien de opdracht relevant is.

Het geven van uitleg is het meest dominante instructieprincipe. De leraren doen dit in het algemeen goed. Ze leggen stap voor stap op een duidelijke wijze de schrijftaak uit. Daarnaast komt het vaak voor dat de leraar een voorbeeldtekst bespreekt. Hardop denkend voordoen en kinderen elkaar laten instrueren worden in de praktijk nauwelijks als instructieprincipe toegepast.

Tijdens het schrijven bieden de leraren vaak hulp aan kinderen die vastlopen. Voor zover kon worden vastgesteld had deze hulp in het algemeen betrekking op de inhoud van de tekst en op het uitvoeren van de opdracht (kinderen aan ideeën helpen, opdracht verduidelijken). In bijna een vierde van de lessen lag de nadruk sterk op hulp bij verzorgingskwesties (spellingproblemen en handschrift). Dat kinderen elkaar helpen wordt weinig gestimuleerd. De meeste leraren willen juist dat het stil is tijdens het schrijven.

In iets minder dan een vierdevan de lessen worden de geschreven teksten besproken in relatie tot de schrijfopdracht. In de overige lessen vindt er geen reflectie op de tekst plaats of slechts heel algemeen. Gesprekken over de manier waarop de leerlingen de schrijftaak hebben aangepakt, komen nauwelijks voor. De leraren laten de leerlingen in de lessen amper revisie-activiteiten uitvoeren. Van de kenmerken van interactief zien we in de praktijk alleen dat de leraren de leerlingen activeren en hen actief bij de les betrekken. Onderlinge interactie en het samenwerken wordt nauwelijks gestimuleerd.

Samengevat is de conclusie dat de kenmerken van goed schrijfonderwijs voor een deel in de praktijk worden gerealiseerd. De leraren zorgen voor voorbereidende activiteiten om kinderen te oriënteren op het schrijfonderwerp en ze bespreken

32 1 Schrijfonderwijs in de praktijk

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties