taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Schrijfonderwijs in de praktijk (H.M.B. Franssen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

het onderwerp en de tekstsoort van de tekst die geschreven moet worden. De leraren geven uitleg in enkele deelprocessen (verzamelen, selecteren en structureren). Dit gebeurt hoofdzakelijk door uitleg te geven en door voorbeeldteksten te bespreken. De leraren zijn gericht op het bevorderen van een actieve inbreng van leerlingen. Het schrijfonderwijs is in de praktijk sterk leraargestuurd. Onderlinge interactie, samenwerken en elkaar instrueren komen nauwelijks voor en worden in het algemeen weinig gestimuleerd. De reflectiefase functioneert nauwelijks als een instructie-moment. Systematische aandacht voor het herschrijven na een tekstbespreking is er bijna niet.

De schrijflessen die in dit onderzoek centraal stonden werden door de leraren gegeven uit de taalmethode Zin in taal. Dit betekende dat de leraren zich bij de voorbereiding en uitvoering van de lessen baseerden op de lesbeschrijvingen die in de handleiding van de methode worden gegeven. Deze lesbeschrijvingen zijn in het kader van dit onderzoek geanalyseerd. Er is namelijk een inventarisatie uitgevoerd van kenmerken van goed schrijfonderwijs in alle lesbeschrijvingen van de schrijflessen uit de delen 6 en 7 van de methode. In dit artikel wordt niet afzonderlij k en uitvoerig gerapporteerd over de uitkomsten van deze inventarisatie. Tochwordt omwillevan een goed begrip van de resultatenvan de praktijkobservaties het algehele beeld van deze methodeanalyse weergegeven. Er blijken namelijk discrepanties te bestaan tussen het schrijfonderwijs in de praktijk en het schrijfonderwijs zoals dat in de methode is uitgewerkt.

Samengevat kan de leergang schrijven worden getypeerd als een methode met elementen van procesgericht schrijfonderwijs. Zowel via instructie als via leraargestuurde reflectie krijgen de kinderen onderwijs in het leren schrijven van teksten. Procesgerichte begeleiding van leerlingen tijdens het schrijven is niet uitgewerkt. De aandacht voor het revisieproces is minimaal. Interactief leren is voor een deel zeker herkenbaar, maar het stimuleren van onderlinge interactie is beperkt tot één fase van de les en elkaar onderwijzen en samenwerken blijft onderbelicht.

De analyse van de methode en van de praktijk vertonen grote overeenkomsten. Aspecten van goed schrijfonderwijs die veel in de methode voorkomen zien we veel terug in de praktijk (Oriëntatie op het onderwerp, instructie in bepaalde deelprocessen, uitleg geven en het werken met voorbeeldteksten, activering van leerlingen) . Kenmerken die weinigvoorkomen in de methode blijven in de praktijk vaak ook onderbelicht: doel- en publieksgerichtheid, elkaar onderwijzen, hardop voordenken, leren herschrijven, onderling interactie en samenwerken. Op één punt bestaat er echter een duidelijke discrepantie tussen methode en praktijk. Reflectie op product en proces komt in de lespraktijk nauwelijks voor, terwijl de methode daar in de lesbeschrijvingen veel suggesties voor geeft.

Schrijfonderwijs in de praktijk 1 33

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties