taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Schrijfonderwijs in de praktijk (H.M.B. Franssen)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

Uit de interviews met de leraren blijkt overigens dat zij in hun beleving regelmatig tekstbesprekingen houden. In de geobserveerde lespraktijk blijkt echter dat tekstbesprekingen waarbij teksten gericht worden besproken, weinig voorkomen. Er bestaat dus een discrepantie tussen de beleving van de leraren enerzijds en de waargenomen praktijk anderzijds. Uit de interviews met de leraren blijkt tevens dat verschillende leraren van mening zijn dat er te weinig tijd beschikbaar is voor de uitvoering van de les. Wellicht is dit de verklaring voor het wegvallen van de reflectiefase of voor een sterke reductie daarvan. Mogelijk zien leraren de reflectiefase ook veel minder als een instructieve component van de les.

De vraag dringt zich op of er op basis van de interviews geen verklaringen kunnen worden gegevenvoor het ontbreken van andere kenmerken van goed schrijfonderwijs in de praktijk.

De interviews laten duidelijk zien dat de implementatie van de nieuwe taalmethode hoofdzakelijk in de informele sfeer wordt ondersteund. Er is slechts bij een klein deel van de betrokken scholen sprake van een meer planmatige en doelgerichte aanpak van het implementatieproces. Een implementatie zonder een dergelijke ondersteuningheeft risico's. De hedendaagse verwachtingen van devakdidactische vormgeving van schrijfonderwijs, behoren waarschijnlijk niet zonder meer tot het handelingsrepertoire van de leraren. Het is niet waarschijnlijk dat er in de opleiding die de leraren volgde voldoende aandacht werd besteed aan interactieftaalonderwijs, procesgerichte ondersteuning en reflectie, en hedendaagse instructieprincipes (hardop denkend voordoen, leerlingen elkaar laten instrueren). Nascholing op het gebied van schrijfonderwijs hebben de leraren niet gevolgd, waarschijnlijk vanwege het ontbreken van een aanbod op dat gebied. Ondersteuning bij de implementatie van een nieuwe methode lijkt noodzakelijk om meer eigentijdse didactische kenmerken goed in praktijk te brengen.

De praktijk van het schrijfonderwijs blijkt veel dichter bij de leraargestuurde benadering te staan dan bij de meer ontwikkelingsgerichte, zelfontdekkende invalshoek. Elementen als procesgerichte ondersteuning, tekstbesprekingen houden, teksten herschrijven en onderlinge interactie en samenwerking komen maar erg weinig voor. De lespraktijk laat duidelijk zien dat de leraar de regisseur is van de ontwikkeling van de schrijfvaardigheid van de kinderen. De leraar treedt nog weinig op als coach van leerlingen die zelf de regie hebben over het leren schrijven.

`Schrijven leren door denken over doen', het motto van de procesgerichte didactiek van Hoogeveen (1993) blijkt in de praktijk nog tot ontwikkeling te moeten worden gebracht. Het reflecteren op het schrijfproduct en het schrijfproces en ook het praten over teksten gebeurt nauwelijks. Wellicht breekt de leraren hier op dat methodemakers te veel willen in één les. Verschillende leraren geven in de interviews aan dat ze te weinig tijd hebben voor de uitvoering van de lessen en voor het herschrijven van teksten. Het lerende aspect van het praten over teksten en

34 1 Schrijfonderwijs in de praktijk

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties