taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 16

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2003
468 pagina's

In de negentiende eeuw kende het kinderboek zijn eerste bescheiden succes. In Nederland zouden er in die eeuw zo'n 9000 kinderboeken gepubliceerd zijn, in Vlaanderen zo'n 1500 (Van Coillie, 1999, p. 266). De kinderen die in die kinderboeken voorkwamen waren op de eerste plaats brave kinderen die een voorbeeld moesten stellen voor alle anderen. Het bekendste boek uit het begin van de negentiende eeuw is: `De brave Hendrik' van Nicolas Anslijn uit 1810:

`Kent hij Hendrik niet, die altijd zoo beleefd zijnen hoed afneemt, als hij voorbij gaat? Vele menschen noemen hem de brave Hendrik, omdat hij zoo gehoorzaam is, en omdat hij zich zoo vriendelijk jegens ieder gedraagt.

Hij doet nooit iemand kwaad.

Er zijn wel kinderen die, die hem niet liefhebben.

Ja, maar dat zijn ook ondeugende kinderen.

Alle brave kinderen zijn gaarne bij Hendrik.'

Onder invloed van de romantiekwerden de kinderen in kinderboeken in de tweede helft van de negentiende eeuw en in het begin van de twintigste eeuw speelser en `kinderlijker'. Er verschenen ook meer en meer sprookjes- en fantasieverhalen.

In de jaren vijftig deden zich in Nederland enkele belangrijke vernieuwingen voor. Kinderversjes en kinderboeken werden gekruid met een flinke dosis humor en avontuur. Voor de kleuterleeftijdwaren vooral volgende auteurs van belang: Annie M. G. Schmidt (Jip en Janneke, ), Jean Dulieu (Paulus de Boskabouter, 1948) en Dick Bruna (Nijntje, 1955-).

In de jaren zeventigwas de invloed van mei 1968 ook in de kinderboeken merkbaar. De belangrijkste eisen van de vernieuwers bestonden hieruit dat kinderboeken kinderen mondiger en kritischer moesten maken en dat ze over de 'echte' wereld zouden gaan en niet over een soort ideale kinderwereld. 'Probleemboeken' waren dan ook niet meer te stuiten. In de jaren tachtig werd dan weer hevig gereageerd tegen de eenzijdigheid van deze probleemboeken.

2.2 Prentenboeken

Vóór 1970 konden we slechts sporadisch enkele kinderboeken opsporen waarin de illustraties het belangrijkste deel van het boek uitmaken. De 'Gouden boekjes' uit de jaren '50 en '60 kunnen zonder twijfel genoemd worden als één van de belangrijkste voorlopers van het prentenboek in zijn huidige vorm. Bijvoorbeeld Wim is weg' (De Bezige Bij, 1959).

38 1 Werken met prentenboeken in de kleuterschool

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties