taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Wanneer lezen nauwelijks op gang komt (Erik Billiaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

over het criterium 'ernst'. Mijn bloeddruk kan iets verhoogd zijn, maar wanneer is mijn bloeddruk gestoord? Zo ook kan ik iets minder vlot lezen, woordbeelden kunnen minder goed beklijven, maar wanneer spreekt men van een stoornis? Blijkbaar bestaat er minder discussie over het criterium hardnekkigheid. De commissie Stichting Dyslexie Nederland oordeelt zelfs dat onze scholen over een dermate lessenrooster beschikken, met extra zorg, dat er meestal sprake is van een standaardinspanning. De vraag: is dit zo? De individuele school kan dit voor zichzelfuitmaken: de analyse van de LVS-uitslagen op klas- en schoolniveau wordt dan belangrijk. Wanneer je gevoelig meer E-lezers hebt dan je normaal statistisch kunt verwachten (op een klas van 20 leerlingen mag je 3 E-lezers verwachten) dan is er iets aan de hand: er loopt iets fout bij 'het onderwijzen', of bij de methode, of er is iets aan de hand met de specifieke groep leerlingen. In elk geval zijn al die E-lezers geen dyslectici, maar veel van die kinderen zullen blijven kampen met hun leestechniek, misschien omdat er iets loos is met het effectief instrueren. Wanneer het kind met ernstige leesproblemen dan geholpen wordt, bijv. in de taakklas, hoe kan dan worden nagegaan hoe intensief dit is en hoe correct dit gebeurt. Betekent differentiëren in de klas ook remediëren? Er zijn nog steeds taakleraars die collega's moeten vervangen, of die 3 kinderen of meer tegelijk nemen of betrokken worden bij het overleg over tal van mogelijke onderwerpen, ofleeszwakke kinderen nemen tijdens de les technisch lezen. In welke mate kun je dan spreken van 'extra aantoonbare hulp'? En buitenschools gaan kinderen tal van therapieën volgen. Wie gaat deze therapieën beoordelen?

Mijn besluit: de definitie dyslexie is moeilijk te operationaliseren. Wat wel kan, is vaststellen dat het lezen bij die leerling moeilijk op gang komt, dat een leerling midden derde leerjaar nog steeds ernstige problemen heeft met technisch lezen, of dat een leerling begin secundair onderwijs leest op AVI 5. Hier moet ingegrepen worden op een systematisch wijze. Het kan immers niet dat het onderwijs kinderen aflevert die functioneel analfabeet zijn. Gelijke onderwijskansen, of gelijke maatschappelijke kansen, betekent zeker ook dat er een fundamentele basis wordt gelegd op het vlakvan leestechniek. En dan wordt de uitdaging: zorgvoor een goede systematische instructie bij het leesonderricht. Bij kinderen die niettegenstaande dit toch falen, zorg je dat er voldoende tijd kan gaan naar leestraining. Want kinderen met leesproblemen zullen nu eenmaal veel moeten oefenen, oefenen, oefenen... Maar wanneer Tom die in het derde leerjaar niet kon lezen (4 minuten op AVI 1) er toch in slaagt over te stappen naar het secundair onderwijs met een leesniveau AVI 5. Na twee jaar moderne wetenschappen wijselijk overstapt naar de industriële wetenschappen om achteraf studies van industrieel ingenieur aan te vatten, dan kun je alleen stellen dat die inspanningen de moeite waard waren. De omschrijving 'dyslexie' dat hier terecht is, blijft bijkomstig. Fundamenteel is:

4 1 Wanneer lezen nauwelijks op gang komt

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties