taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Werken met prentenboeken in de kleuterschool (Raf Somers)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

In momenten van zelfstandig spelen kunnen de kleuters zelf voor het grootste deel het verloop en de invulling van hun activiteit bepalen. Dat kan bijvoorbeeld in de poppenhoek, in de winkel, aan de zandtafel of in de ontdekkingshoek. In momenten van explorerend beleven worden de kleuters uitgenodigd met hun hele persoon iets uit de werkelijkheid actief te exploreren. Dat kan bijvoorbeeld als je met de kleuters op exploratie gaat of als je een konijn in de klas haalt. In momenten van ontwikkelingsondersteunend leren ondersteunt de leid-st-er het ontwikkelingsproces doordat ze vooraf een verloop uitstippelt in de richting van meer specifieke kennis en vaardigheden. Dat is bijvoorbeeld het geval in een wiskundige initiatie rond het leggen van één-één-verbindingen of in een activiteit waarin we kleuters speelse ervaringskansen bieden rond het invullen van de begrippen licht en donker.

In ontmoetingsmomenten tenslotte leren de kleuters elkaar kennen en communiceren ze met elkaar. Ze voelen aan dat ze tot een groep behoren van waaruit ze de kracht putten om verder te ontwikkelen (positieve ingesteldheid). Het onthaal, het vieren van een verjaardag of een viering om de week af te sluiten kunnen bijvoorbeeld uitgewerkt worden als echte ontmoetingsmomenten.

4.2.2 Tot welke ervaringssituatie(s) en lenen prentenboeken zich?

Vóór het uitkomen van het ontwikkelingsplanwerden activiteiten in de kleuterschool vooral bekeken vanuit leergebieden. In de agenda van kleuterleid-st-ers kon je meestal terugvinden dat het vertellen van prentenboeken beschouwd werd als taalactiviteiten. De aangehaalde doelstellingen hadden veelal betrekking op 'beter leren luisteren', 'kennismaken met bepaalde woorden en begrippen'of 'zich kunnen concentreren'.

Het ontwikkelingsplan wil duidelijk maken dat de belangrijkste vraag t.a.v. een activiteit niet de vraag is tot welk leergebied een bepaalde activiteit kan gerekend worden maar wel hoe een bepaalde activiteit er in slaagt de ontwikkeling van kleuters te beïnvloeden. Als je aan volwassenen na het vertellen van enkele prentenboeken vraagtwaarom devertelling belangrij k kan zij nvoor de ontwikkeling, taxeren zij dit vertelmoment meestal niet als een taalactiviteit maar als een gezellig moment van samenzijn waarop ze zich verbonden voelen en waarop een levenshouding gevormd wordt.

Het vertellen van heel wat prentenboeken leent zich dus vooral voor boeiende ontmoetingsmomenten: momenten van verbonden samenzijn waarop de kleuters aanvoelen dat ze samen horen en van waaruit ze de kracht

Werken met prentenboeken in de kleuterschool 1 43

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties