taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing: een kwestie van kennen, kunnen en willen... (Mark Van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

kinderen zinnig en doeltreffend over taalgebruik van gedachten te kunnen wisselen. Ze sluiten in beide leerplannen naadloos op elkaar aan.

  • De leerplancommissie van de basisschool opteert ervoor enkelfindamentele leerinhouden bij te brengen inzake woordbenoeming en zinsleer. Zeg maar basisbegrippen die echt functioneel zijn. Met andere woorden: begrippen en termen die kinderen in de eerste plaats nodig hebben om hun taalvaardigheden te vergroten en uit te bouwen. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan leesvaardigheid, schrijf- en spellingvaardigheid. Vandaar dat leerinhouden in verband met het werkwoord, begrippen als sleutel-, verwijs- en signaalwoorden in het leerplan van de basisschool belangrijk zijn. Die zienswijze heeft ertoe geleid dat enerzijds een aantal leerinhouden, gekoppeld aan begrippen en termen, nieuwzijn. Bijvoorbeeld sleutel-, verwijs- en signaalwoorden. Anderzijds heeft dat tot gevolg dat sommige leerinhouden verdwenen zijn of enkele slechts algemeen worden behandeld. Denk maar aan voorwerpen en bepalingen. Die worden alleen aangebracht als koepelbegrip. Ze worden dan in het secundair gedifferentieerd en genuanceerd; of uitgebreid, verdiept en verfijnd.

  • De begrippen komen overeen en de termen van beide leerplannen dekken dezelfde lading. Er wordt precies hetzelfde mee bedoeld. Met andere woorden: een gezegde betekent hetzelfde in de zesde klas als in de eerste klas van het middelbaar. Een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde: idem. Een verwijswoord en een signaalwoord: idem. Bovendien hanteert de basisschool geen eigen termen meer, zoals bijvoorbeeld "verbinding" of "zinskern" (zie leerplan '69). Die twee gegevens zijn een grote stap vooruit.

  • Inzake terminologie is er duidelijk winst en vooruitgang doordat beide leerplannen uitgaan van hetzelfde standpunt: beide vinden ze begripsvorming het belangrijkste. Met andere woorden: de vorming van taalbeschouwelijke, metalinguïstische concepten gaat voorop. De term, het etiket, het label dat op het begrip geplakt wordt, komt in beide leerplannen slechts op de tweede plaats. Het lager onderwijs heeft op het gebied van die terminologie een traditie. Om te beginnen vallen begrip en term er meestal samen. Bovendien opteert men daar consequent voor de Nederlandse benaming. In het secundair onderwijs kan er naast die term soms ook een leenwoord staan: bv. vocaal naast klinker, consonant naast medeklinker, subject naast onderwerp, artikel naast lidwoord, diminutief naast verkleinwoord.

Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing 1 49

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties