taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Wanneer lezen nauwelijks op gang komt (Erik Billiaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

het nauwkeurig opvolgen van de leesontwikkeling, het ingrijpen wanneer het lezen moeilijk gaat, veel tijd besteden aan oefenen en vooral ervoor zorgen dat Tom niet afhaakt. Voor een deel zal het al dan niet afhaken (het gedemotiveerd geraken) afhangen van Tom zelf, voor het grootste deel echter van zijn omgeving en van wie hem op welke wijze bij dit lezen ondersteunt.

3 Het connectionisme

Vooraleer over te stappen op het handelen, blijft het belangrijk te vertrekken van een 'vandaag' gangbaar model dat men hanteert bij het leren lezen: hetconnectionisme. Een korte samenvatting: Ons geheugen kun je beschouwen als een netwerk van minideeltjes, fragmenten. Toegepast op lezen zullen deze fragmenten bestaan uit beeld- en klankdeeltjes. Een combinatie van die fragmenten vormen functionele eenheden (je kunt ze ookherkenningseenheden noemen): een grafeem (letterteken) gekoppeld aan een foneem (letterklank) is een functionele eenheid. Maar ook letterclusters (bijv. schr), kop- of staartstukken (bijv. ver-, -ische) kunnen gezien worden als functionele eenheden. Deze eenheden liggen dus niet vast in ons neuronaal apparaat. Ze worden tijdelijk geactiveerd. Hoe meer ze in een wisselende context voorkomen, hoe vlotter ze geactiveerd worden. Een reeks woorden als 'ik - in - is - ik...' zorgt ervoor dat er een sterkere band ontstaat tussen de klank lil en het beeld `i'. Op die wijze zal het beeld 'i' sneller de klank activeren gezien ze samen een functionele eenheid vormen. Op dezelfde wijze kan een woord (bijv. hygiëne of New York) een functionele eenheid worden (woordspecifiek leren) of kan een woorddeel (ig, lijk, ver, bo-, -en) een functionele eenheid worden.

Het ontwikkelen van het lezen gebeurt via covariatie. 'co' wijst op samengaan. Het gaat tenslotte om het samengaan van een orthografisch en een fonologisch subsymbool (samengaan van 'wat hoor ik' en 'wat zie ik'). 'Variatie' wijst op veranderlijkheid. Je leert door het telkens zien, horen, ervaren van verschillen en gelijkenissen.

Door het veelvuldig samengaan van 'wat je hoort' en 'wat je ziet' binnen steeds andere contexten (bijv. de 'p' in pan, pen, pas, pof, poef, pif...) ontwikkelen zich functionele eenheden. Functionele eenheden zijn er op het niveau van de letter, maar ook van de lettergroep. Het veelvuldig samengaan leidt ook tot het vlotter kunnen activeren van deelpatronen (bijv. de 'su.' in straat, strop, strak...). Soms wordt die relatie bruuskverbroken (bijv. de 'ver' in verreweg, ofde 'ver' in verstaan) . Op dit moment gaat meer en meer de contextgevoeligheid een rol spelen: deze gevoeligheid kan er zijn op het niveau van het woord (bijv. de 'e' in 'er' of in 'en') of van de zin (bijv. 'de armen bedelen' of 'we bedelen voedsel aan de armen').

Wanneer Lezen nauwelijks op gang komt 1 5

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties