taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing: een kwestie van kennen, kunnen en willen... (Mark Van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

De zinnen die we met de kinderen gaan bekijken moeten in ieder geval in een context opduiken.

Die context moet ook geïnterpreteerd worden. Maar focus je dan toch op die grammaticale eenheid 'zin', stel hem dan aan de leerlingen voor als: 'dit is een idee'. Wij hebben ideeën, en wanneer we ze zeggen of schrijven, maken we er zinnen van. Je kan korte ideeën hebben of lange, ...

Om na te gaan wat er nou in zo'n idee zit, kan je 'van 4 kanten komen' (om de eenzijdigheid van het denken tegen te gaan).

Kant 2 (de nummering zelf doet er niet toe)

je gaat van boven naar beneden (top-down). Je bekijkt een zin als eenheid: er wordt iemand of iets genoemd en daarover wordt wat gezegd. Een zin heeft een onderwerp en een gezegde. Wat gaan we in deze zin onderwerp noemen? En wat wordt erover gezegd? We proberen die twee samen te pakken te krijgen!

Kant 1

van links naar rechts: we zoeken nu werkelijk eerst het onderwerp (een wie of een wat) en proberen dan eens te zien wat erover gezegd wordt (die wie of wat er nog genoemd wordt)

Kant 3

we gaan na of er in deze zin elementen zitten die de idee verscherpen / aanvullen naar plaats en tijd (oorzaak, rede, wijze ...). Wordt er gezegd wanneer iemand iets doet of is, of waar iemand iets doet of is, ...

Kant 4

we proberen door de woorden 'iemand' en 'iets' te gebruiken de zin in zijn basaalste vorm te zeggen. We zoeken m.a.w. op een abstractieniveau_dat de leerling aankan naar de valentie van de zin. Dat is een formule met iemand-en iets-delen en het belangrijkste werkwoord van de zin: bv. iemand koopt iets voor iemand; iemand slaapt; iemand dankt iemand; iemand eet iets. Natuurlijk focussen we bij het aanleren op het feit dat je eenvoudige en moeilijkere formules hebt, met weinig of veel iemand- en iets-delen.

Aan welke kant je begint in te zoomen speelt geen rol. Het gaat er gewoon om je te verdiepen in deze 'idee'. Wat zit erin? Wat kan er zoal allemaal in menselijke ideeën zitten? En dat is misschien nog een filosofisch leuke vraag die het beoefenen van bovenstaande aanpak legitimeert.

54 1 Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties