taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing: een kwestie van kennen, kunnen en willen... (Mark Van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

3.5 Het begrip valentie van het werkwoord

Leerlingen van het basisonderwijs leren over zinnen nadenken vanuit functie en betekenis: dit is een nieuwe benadering. Ze gaan daarbij uit van de valentie van het werkwoord. Ze hoeven echter de geleerde theorie niet te kennen. De onderwijzer gebruikt de termen 'nulvalentie, monovalent' (van onderstaande toelichting) niet. Hij moet ze echter wel kennen en kunnen toepassen. We lichten toe wat het BaO onder 'valentie' verstaat. Deze aanpak is in het SO nauwelijks gekend. Nochtans is het nodig dat leraren deze manier van denken leren kennen om de beginsituatie van het 'denken' van de leerlingen te begrijpen. We geven de 'theorie en haar toepassing' zoals we ze op bijscholingen en in publicaties (Van Bavel 2001) doorgeven.

Bij valentie gaat het om de `verbindbaarheid' van een woord met een ander woord of deel van een woord:

  • de verbindbaarheid van een woord met bv. voorvoegsels en achtervoegsels
    (Karels fiets, groot - groter, mens - mensheid) = morfologische valentie;

  • de verbindbaarheid van een woord om met bepaalde woorden deel uit te maken van een groter geheel in een zin: bv. de verbindbaarheid van een werkwoord met een onderwerp en voorwerpen= syntactische valentie. Vooral in de zinsleer is de valentie van het werkwoord belangrijk. Ze bepaalt namelijk met welke zinsdelen een werkwoord 'verbonden' moet worden of niet. Bij sommige werkwoorden moet dat en dan krijgt dat werkwoord door aanvulling zijn specifieke betekenis. Leerlingen BaO noemen dit de moetjes'...

  • zo hebben waaien, vriezen, regenen voldoende aan een onderwerp dat strikt genomen geen functie heeft als boodschap - het waait, het vriest, het regent (= klimaatswerkwoorden.) = nulvalentie;

  • werkwoorden als groeien, verwelken, wandelen, bestaan, voetballen... hebben genoeg aan een onderwerp: de bloem verwelkt, Jan voetbalt... Dat zijn werkwoorden met één valentie: een onderwerp: monovalent;

  • veel werkwoorden hebben naast een onderwerp ook een voorwerp nodig;

zo hebben verslinden, maken, beheersen, belemmeren een lij dendvoorwerp nodig om betekenis te hebben: 'hij belemmert' of `de tijger verslindt' heeft als zin geen betekenis;

  • ze zijn bivalent;

  • ook werkwoorden of werkwoordelijke uitdrukkingen met een vast voorzetsel hebben een voorwerp nodig: uitzien naar, wachten op, aanzetten tot, tuk zijn op. Bijvoorbeeld: ik wacht op een antwoord of hij zet aan tot verzet of ik ben tuk

Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing 1 55

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties