taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Conferentiebundels

Bundel 16

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands
André Mottart
2003
468 pagina's

op snoepjes... Ze moeten een voorzetselvoorwerp krijgen.

Werkwoorden als geven, zeggen: bv. Jan geeft zijn vriend een voetbal ; hij zegt een woordje van dank aan zijn vriend, hebben naast een onderwerp ook twee voorwerpen nodig. Ze zijn trivalent = een onderwerp+ twee voorwerpen.

De valentie van werkwoord bepaalt dus het aantal voorwerpen waarmee het voorkomt. Daarbij moeten we opmerken dat in bepaalde contexten voorwerpen weleens onuitgedrukt kunnen blijven, bv. bij het werkwoord geven dat trivalent is: onderwerp + 2 voorwerpen: Sofietje gaf een verfdoos aan Sara .

Zo kan in een contextwaarin twee kinderen op een partijtje met een cadeautje klaar zitten Tim heel goed aan Sofietje vragen: 'Wat geef jij ?'. - Leerlingen kunnen dat vaststellen in een rollenspel (zie 2.3).

We kijken dus naar zinnen en zinsdelen vanuit functie, betekenis en context (Appel 2002).

Het vaststellen of een werkwoord 'in wezen / op zich' nulvalent, bivalent, trivalent... is, kan dus best gebeuren zonder er een context bij te betrekken. Een aardige manier om het aantal voorwerpen buiten een specifieke context te bepalen is door het onderwerp en de voorwerpen uit te drukken met 'iemand' en 'iets'. Zie het schema Marc Stevens: 'basisformule' en p.123 in Taal en Taalwetenschap.

Naast het leren bepalen van zinsdelen die 'nodig' zijn in een zin, leren leerlingen ook over zinsdelen die niet echt nodig zijn, maar die iets meer zeggen over 'waar' of 'hoe' iets gebeurt. Hier gaat het dan om de bepalingen. Leerlingen BaO spreken hier over de 'magies. .. (d.i. de niet noodzakelijke, wisselende context / omstandigheden bij / van het gezegde).

4 Hoe maken leraren SO de overgang voor
taalbeschouwing van Ba0 naar 50?

4.1 Oproep in het leerplan SO

In het leerplan Nederlands van het SO staat: "Grammatica is ei genlijk geen opdracht voor alleen maar de leraren Nederlands. Alle leraren die klassieke of moderne talen onderwijzen zijn ook met grammatica bezig. Wat ligt er meer voor de hand dan dat er samengewerkt wordt?"Die samenwerking kan bestaan in het samen opzetten van een 'cursus' waarin al het nodige samengebracht is:

essentiële begrippen uit de zinsleer en in verband daarmee ook uit de woordleer kunnen het voorwerp zijn van een kleine inductiefgegeven cursus vroeg in het eerste leerjaar; die cursus wordt daarna geleidelijk verder uitgebouwd;

56 1 Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties