taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing: een kwestie van kennen, kunnen en willen... (Mark Van Bavel)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

begrippen die voor spelling enz. nodig zijn, worden incidenteel n.a.v. van schrijf- en spellingoefeningen opgenomen (spellingbegrippen zijn in het leerplan BaO overvloedig aanwezig!!);

alle andere begrippen worden occasioneelaangereikt; als leraar Nederlands maak je het tot een blijvend aandachtspunt om die begrippen bij te brengen;

  • de begrippen moeten zoveel mogelijk op taalvaardigheid betrokken worden (vooral bij schrijven en lezen);

  • spraakkunst gaat altijd uit van de observatie van levend taalmateriaal en daar leren de leerlingen uitspraken over te doen;

het is wijs om in het observatie- en eventueel ook het toepassingsmateriaal ook zinnen uit de andere bestudeerde talen op te nemen.

De dialoog rond 'die kleine inductieve cursus' is in heel wat scholen aan de gang / voltooid en heeft geresulteerd in wat sommigen een 'instapgrammatica' noemen, waarin volgende onderdelen worden opgenomen: soorten zinnen, zinsdelen, gezegde (werkwoordelijk en naamwoordelijk), onderwerp, voorwerpen (lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp) en bepaling.

Sommige collega's SO weigeren echter op deze manier te werk te gaan: ze willen hun leerlingen NIET in het begin van het voortgezet onderwijs snel snel een aantal begrippen en termen aanbrengen in een minigrammatica. Ze willen dat hun leerlingen in het begin van het schooljaar ervaren dat Nederlands boeiend, interessant en ook leuk kan zijn.

4.2 Hoe maakt het secundair onderwijs de overgang?

1 De valkuil: taalbeschouwing verengen tot spraakkunst. Ook is het niet verstandig (zelfs intellectueel oneerlijk) te doen alsof er in het basisonderwijs niks gebeurt aan taalonderricht. Wie dat zegt, ziet taal leren als iets louter statisch: waar men veel over taal moet weten, en weinig met taal moet kunnen doen.

Want 'in iets doen met taal' (taalgebruik) leren leerlingen ook nadenken over `het systeem' dat achter hun / het taalgebruik zit, m.a.w. ze komen uit bij taalbeschouwing waarvan spraakkunst een onderdeel is: nadenken over het systeem achter hun taalgebruik.

2 Vertrekken van de hele eindsituatie basisonderwijs die af te lezen valt uit:

1) de eindtermen; 2) de leerinhouden: de vier vaardigheden, inzicht in taalgebruik en tekst, woordenschat, spelling, spraakkunst; 3) de leerlijnen; 4) de strategieën; 5) het interdiocesaan proefwerk; 6) secundaire teksten; 7) de

Van basisonderwijs naar secundair onderwijs met taalbeschouwing 1 57

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties