taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » onderwijs » conferentie het schoolvak nederlands »

Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands

Bundel 16 | Zestiende conferentie Het Schoolvak Nederlands (2003)


Bijdrage: Wanneer lezen nauwelijks op gang komt (Erik Billiaert)
Download deze bijdrage in PDF-formaat »

kunnen het verhalende of zakelijke teksten zijn, maar ook teksten die hij moet studeren.) Motivatie heeft vooral ook te maken met acceptatie (het kind heeft niet alleen pech een zwakke lezer te zijn, hij heeft recht op ondersteuning van een omgeving) en warme gevoelens (een waarderend woord, een knuffel, belangstelling...). Motivatie is misschien wel de belangrijkste pijler.

Afstemming

Contact tussen de personen die met het kind bezig zijn (remedial teacher, klasonderwijzer, buitenschoolse hulpverlener, ouder...) is onontbeerlijk. Het is vooral belangrijk dat elkeen weet wie wat doet. Zo kan het gebeuren dat een leerling thuis een boeiend verhaal leest met begeleiding van een ouder, terwijl de remedial teacher met woordenrijen werkt en de klasonderwijzer moeilijker teksten (op klasniveau) voorbereidt. Afstemmen betekent dus ook dat je overleg pleegt over hoe het kind zichvoelt, zijn emoties, zijn beleven, zijn 'welbevinden'.

Het koppelen van horen aan zien

Deze en volgende pijler volgen rechtstreeks uit het theoretische concept. Het is belangrijk dat het kind steeds gewezen wordt op wat je hoort en wat je ziet (of schrijft). Dit moet expliciet gebeuren, zowel bij lezen als bij spellen. Wanneer een leerling 'praat' leest i.p.v. 'paard', of wanneer hij nog echt sukkelend spelt, kun je door het woord te analyseren (p aa rd) zowel de analyse als de synthese stimuleren. Het analyseren en synthetiseren laat je tezelfdertijd zien (visueel) en horen (auditief).

De woordopbouw beklemtonen

Bij het leren lezen moet het kind steeds grotere delen leren herkennen. In de leerhulp zal het dan ook belangrijk zijn die opbouw 'visueel' en 'auditief' te ondersteunen. Je leert de leeshandeling 'verkorten' en dit kan door het sneller kunnen verklanken van deeltjes waaruit woorden zijn opgebouwd. Deze deeltjes kunnen klankgroepen zijn (oei, eeuw), medeklinkerclusters (schr, spr, nkt), morfemen (de kleinste taaleenheid waaraan een betekenis en/of een grammaticale waarde kan worden gehecht: bijv. het woord gespeeld bestaat uit drie morfemen, 'ge', 'speel', d'), lettergrepen (de bo in 'bo-men', b-ten 'boren', `bo-ven'), woorden (bijv. woord-op-bouw).

Begrijpen wat je leest

Deze pijler heeft duidelijk ook te maken met de motivatie. Behandeling van technisch lezen mag dus dit ultieme doel van de leeshandeling niet vergeten. Lezen is dus niet op de eerste plaats snel en onder tijdsdruk lezen, veel lezen. De behandeling moet vooral het leesplezier nastreven.

Wanneer lezen nauwelijks op gang komt 1 7

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties